Maandenlang hing er een schaduw boven Alpecin-Premier Tech. Sponsoronzekerheid, geruchten over een terugschroevend budget en een markt die plots wist dat Morkhoven kwetsbaar was. Tot het kantelde. Premier Tech stapte in, verdiepte zijn engagement en gaf de ploeg opnieuw ademruimte. De opluchting is tastbaar, maar het nieuwe evenwicht voelt anders. Want terwijl de Twin Towers blijven staan, is er zichtbaar aan het middenveld gezaagd.
Toen de ploeg opnieuw “beschikbaar” leek, stak een flink deel van het peloton de hand op. Te laat, zo klonk het vanuit het kamp-Roodhooft. Tegen de tijd dat concurrenten wakker werden, lag het huiswerk al klaar. Daags voor Sinterklaas was het schoentje gevuld: Deceuninck zette een stap terug, Premier Tech sprong in het gat en zorgde voor structurele rust. Van virtuele verliezer naar misschien wel financiële winnaar, zo snel kan het draaien. De ambitie bleef onaangeroerd: blijven doen waar deze ploeg al jaren excelleert.

LEES OOK: Philipsen heeft specifiek doel op korte termijn
Tourkracht zonder sterrenbudgetAlpecin is al lang geen kleine broer meer, al dineert het nog steeds niet aan de tafel van de absolute grootmachten. Dat hoeft ook niet. Het openingsweekend van de Tour bewees opnieuw hoe ver je komt met een scherpe rolverdeling en perfecte timing. Jasper Philipsen in Lille, Mathieu van der Poel in Boulogne-sur-Mer: twee collectieve meesterzetten, twee trefzekere afmakers. Het had een droomstart kunnen worden, tot Philipsen nota bene in het groen vroeg moest afstappen.
Voor veel ploegen is zo’n klap fataal. Niet hier. De broers Roodhooft gebruiken tegenslag als brandstof. De Tour kreeg alsnog glans met een late mokerslag van Kaden Groves. Het patroon is bekend: raken, herpakken, opnieuw toeslaan. Het blijft een handelsmerk.

De prijs van succes
Het credo verandert niet: jaag op wat binnen bereik ligt, niet op wat je zou willen kunnen. In de klassiekers is Alpecin-Premier Tech al jaren overbevolkt in de finale. De spitsen floreren dankzij een sterk, loyaal middenveld. Precies daar wringt het nu. De as werd afgeslankt: Gianni Vermeersch, Quinten Hermans, Timo Kielich, Robbe Ghys, Fabio Van den Bossche en Xandro Meurisse vertrokken. Zes namen, zes puzzelstukjes die de machine smeerden.
Volgens de ploegleiding is er geen sprake van een aderlating. Integendeel: goedkoper én versterkt. Vervangers als Florian Sénéchal en Lindsay De Vylder moeten het gat dichten, zij het met een ander profiel. De redenering is helder: uitstroom is een compliment. Jongens werden beter gemaakt, andere teams plukken de vruchten. Zo werkt het in een sport met twee snelheden.

Nieuwe namen, nieuw ritme
Klagen past niet bij dit management. De blik gaat vooruit, de rekensom blijft voorzichtig. Binnen de eigen wielerfamilie schuift een nieuw raspaardje op: Tibor Del Grosso. Nog geen Van der Poel, wel een renner die een volgende generatie kan trekken. De multidisciplinaire aanpak (cross, weg, focus op timing) blijft intact. Het is geen revolutie, wel een evolutie.
Dat de kern frisser kan worden door verandering, wordt intern niet ontkend. Minder zekerheid in het middenveld dwingt tot scherpere keuzes. Tegelijk blijft het zwaartepunt onmiskenbaar bij de Twin Towers. Philipsen en Van der Poel dragen het sportieve verhaal, vandaag en morgen.

Records lonken, realisme regeert
Met Van der Poel liggen Sanremo en de Ronde van Vlaanderen binnen handbereik. Geschiedenis schrijven mag, hoeft niet allemaal in één seizoen. Maar niemand zal klagen als het wél gebeurt. Vier vingers in de lucht bij een vierde Vlaanderen of Roubaix, het beeld is verleidelijk.
De essentie blijft: Alpecin-Premier Tech heeft zijn zuurstof terug, maar betaalt de prijs van succes met een lichter middenveld. Of dat voldoende blijft om de torens te dragen, zal 2026 uitwijzen. Eén zekerheid staat vast: onderschatten is opnieuw geen optie. De vinger gaat hier pas omhoog als het moment daar is.
WN Redactie