Na de eerste etappes in de Ronde van Zwitserland was er flink wat twijfel ontstaan rond Mathieu van der Poel. Zijn prestaties waren niet al te denderend, waarbij hij eerder zelf ook al aangaf terug rugproblemen te hebben gekend. Hij geeft nu ook toe dat het moeilijk loopt, al ziet hij zelf verbetering.
LEES OOK: Van der Poel zorgt plots voor grote paniek: dreigt Van Aert-scenario?
Ereplaats hoogst haalbareDie was ook merkbaar in de vierde etappe in Zwitserland. Voor de zege kon Van der Poel niet meer sprinten, vluchters Xandro Meurisse en – uiteindelijke winnaar – Jhonatan Narvaez bleven het peloton nipt voor. Uiteindelijk strandde Van der Poel op een vijfde plaats.
“Ik zat een beetje ingesloten in de sprint, dus ik kwam er niet goed uit”, vertelt hij daar zelf over tegenover Wielerflits. “Voor de winst had het geen verschil gemaakt. Uiteindelijk komen we nog dichtbij. Ik had de hoop op twintig kilometer van de streep al een beetje opgegeven.”
In de vlucht geraken lukte voor Van der Poel helaas niet, dus maakte hij een andere keuze. “Er werd nogal hard gereageerd als ik ging. Dus ik heb vrij snel besloten om mijn krachten te sparen en voor de sprint te gaan. Zonde dat we net te kort kwamen.”

Verbetering na moeilijke dagen
Maar toch het belangrijkste nieuws van de dag: Van der Poel lijkt terug boven water te komen. De renner van Alpecin-Premier Tech ziet daarvoor zelf een logische verklaring. “Vandaag was het gevoel echt wel een stuk beter dan de eerste dagen. Het was ook minder warm”, kijkt hij richting de broeierige temperaturen.
“Ik voelde me daardoor gelijk veel beter. Ik ben wel tevreden met vandaag”, aldus een tevreden Van der Poel. “Op de beklimmingen in het begin van de rit kon ik zonder problemen meekomen.” Dat deed deugd, want zo moest hij zelf toegeven dat het gevoel zeker niet te best was.
“Het liep minder dan ik had gehoopt”, was hij duidelijk. “We hebben ook een pittige trainingsstage achter de rug. Waar we goed gewerkt hebben met de ploeg. Daar is alles goed verlopen, maar dat voelde ik misschien. Af en toe moet ik een beetje geduld hebben”, maakt Van der Poel zich nog niet al te veel zorgen.
Kevin De Jonghe