Het scheelde geen haar of Toon Aerts had op de Muur van Durbuy zijn eerste profzege beet gehad. Echter werd de man van Lotto-Intermarché toch nog geklopt door Alex Aranburu. Desalniettemin had Aerts bijzonder groots nieuws te melden.
LEES OOK: Aranburu heerst op Muur van Durbuy en is meteen ook nieuwe leider
Met vermoeide benenEen aantal honderd meter scheelde het of Aerts mocht een eerste keer zijn handen in de lucht steken op de weg. Al bleek het een toeval dat hij zelf voor de winst zou strijden. “Het zag er misschien goed uit op tv, maar het deed verschrikkelijk veel zeer.”
“Het was ook niet gepland dat ik daar zou aanvallen, want Jenno Berckmoes was onze kopman en ik reed in zijn dienst”, onthulde Aerts immers. “Ik kwam van achteruit met snelheid en dacht: ‘Dan ga ik maar aan.’ Ik had een gat en dan kon ik niet anders dan doorgaan. Maar het was van te ver.”
Aerts zit naar eigen zeggen ook ‘op het einde van zijn latijn’. Niet verwonderlijk na de bijzonder drukke periode – met onder meer de Giro – die hij heeft gehad. “Als ik zondag finish, heb ik 28 koersdagen op 45 dagen. Dat is eigenlijk wat te veel van het goede. Na het BK volgend weekend heb ik eindelijk wat rust.”

Veldrijden moet wijken voor de weg
Welgekomen rust, maar allesbehalve met het oog op de nieuwe crosswinter. Want zo wist Aerts toch flink uit de pakken met het feit dat hij vanaf volgend seizoen de weg resoluut op plaats één zal zetten. “We moeten stilaan de planning voor volgende winter eens bekijken. Ook in functie van volgend voorjaar”, aldus Aerts.
Om er ook vervolgens absoluut geen doekjes om te winden: Aerts noemt zichzelf vanaf nu een wegwielrennen, het veldrijden zal hij – net zoals Wout van Aert en Mathieu van der Poel dat al jaren doen – gebruiken als opstap.
“Ik mag wel zeggen dat de weg een hoofddoel voor mij aan het worden is en dat de cross vanaf nu bijzaak wordt. En voorbereiding op het volgende wegseizoen. Dus ik doe dit niet in functie van de cross, maar eerder andersom”, besloot een overduidelijke Aerts.
Kevin De Jonghe