Vorige week vond er het dramatisch ongeval met Finlay Tarling plaats in de Ronde van Portugal. De amper 19-jarige Brit overleefde een klap met een bestelwagen niet. Intussen geraakt er ook meer informatie bekend over het noodlottige incident.
LEES OOK: Nieuwe vreselijke details bekend over ongeluk Tarling
Klap tegen volle snelheidHet is Danny van der Tuuk, Nederlands renner bij Euskaltel-Euskadi, die zijn verhaal doet bij Het Nieuwsblad. Hij sprak met een ploegleider van NSN Cycling, en kwam zo meer details te weten over het ongeval.
Tarling was achterop geraakt van het peloton, vermoedelijk gewoon om drankbidons te gaan halen bij de ploegwagen. Echter zette hij alle zeilen bij om opnieuw te komen aansluiten. Vervolgens liep het helemaal fout in een afdaling, vertelt Van der Tuuk.
“In die afdaling zat een blinde bocht die hij vol genomen moet hebben, wellicht om opnieuw aansluiting te vinden bij het peloton. Eenmaal uit die bocht is hij frontaal op een auto gereden die uit de andere richting kwam”, aldus de Nederlander.

Kapitale fout
Dan is het natuurlijk de vraag hoe en waarom die auto op het parcours – want geen auto van de karavaan – terecht is gekomen. Ook bij Van der Tuuk lopen de frustraties hoog op. “Blijkbaar kwam hij uit een zijstraatje. Daar stond wel een verkeersbord dat hij er wegens een wielerwedstrijd niet door mocht.”
“Maar het publiek aan de kant zou hem gezegd hebben dat de koers al gepasseerd was en dat hij vast al kon passeren. Niet wetende dat er nog renners achter waren. De bezemwagen was nochtans nog niet gepasseerd. Daar kwam bij dat er normaal altijd een motard van de politie voor Tarling uit gereden zou hebben.” Tarling zou de motard er echter uitgereden hebben met hoge snelheid.
Geen slechte organisatie
Wat volgde was een absoluut drama, waarbij er nadien meteen met een beschuldigende vinger richting organisatie werd gewezen. Echter gaat Van der Tuuk niet helemaal akkoord. “Eerlijk gezegd vond ik de wedstrijd heel goed georganiseerd”, stelt hij opvallend.
Volgens hem was er immers geen sprake van een overtal aan niet bevoegde auto’s op het parcours. “In de hele eerste week heb ik misschien één auto op het parcours gezien. Als ik dat vergelijk met kleinere koersen die ik in Frankrijk heb gereden, daar stootte je voortdurend op auto’s op het parcours. De Ronde van Portugal vond ik net níét zo’n wedstrijd”, besluit hij.
Kevin De Jonghe