Fabio Jakobsen ziet eindelijk opnieuw licht aan het einde van een lange tunnel. Na twee bijzonder moeilijke jaren bij Picnic PostNL, waarin blessureleed en medische onzekerheid elkaar opvolgden, hoopt de Nederlandse sprinter in zijn laatste contractjaar weer aan te knopen met zijn oude niveau. De kernboodschap is duidelijk en nuchter: eerst weer meedoen in finales, daarna pas verder dromen.
LEES OOK: De Lie maakt opvallende keuze in wedstrijdprogramma
Tussen stoppen en opererenAfgelopen jaar stond Jakobsen voor een harde keuze. Door een vernauwde bekkenslagader kreeg hij het advies om óf te stoppen, óf een zware operatie te ondergaan met het oog op een langere carrière. Hij koos voor dat laatste, al bleef de onzekerheid groot. “Het is een rottijd geweest met veel vragen,” erkent hij. “Maar ik ben blij dat er iets gevonden is. Als dat niet zo was geweest, had ik waarschijnlijk aan mezelf getwijfeld of al met pensioen gemoeten.”
De context maakt zijn perspectief begrijpelijk. Jakobsen balanceerde eerder al op het randje van zijn carrière – en zijn leven – na zijn zware crash in Polen. “Na twee dagen intensive care kijk je anders naar tegenslag. Alles wat nu gebeurt, voelt minder erg dan dat.”

Eindelijk een verklaring
De operatie bleek een keerpunt. Waar zijn prestaties eerder structureel achterbleven ondanks volledige inzet, ziet hij nu duidelijke progressie. “Drie maanden na de ingreep draaide het op training al beter dan voorheen,” legt hij uit. Medische tests bevestigen dat gevoel: het verschil in bloeddruk tussen armen en benen is teruggebracht tot normale waarden.
Ook in de praktijk merkt Jakobsen het verschil. Intensieve blokken die vorig jaar onmogelijk waren, kan hij nu weer afwerken. “Toen verzuurde alles meteen. Nu ging het relatief gemakkelijk.” Tegelijk blijft hij realistisch: zijn lichaam moet opnieuw wennen aan belasting en herstel, na een lange periode van terugslagen en een sleutelbeenbreuk.
Stap voor stap terug naar de sprint
Met het oog op 2026 blijft Jakobsen bewust voorzichtig in zijn ambities. “Mijn doel is om eerst weer relevant te zijn in finales. Dat ik overzicht heb, keuzes kan maken en weer kan sprinten van plek acht naar vijf, of van vijf naar het podium.” Overwinningen komen pas later in beeld.

Hij beseft dat het niet realistisch is om meteen te winnen bij zijn seizoensstart. Na onder meer de UAE Tour en kleinere Belgische klassiekers wil hij na de Scheldeprijs een eerste balans opmaken. Dat moment moet duidelijk maken of een Tourselectie opnieuw haalbaar is.
Concurrentie schrikt hem niet af
Als het gesprek op jongere sprinters als Olav Kooij en Paul Magnier komt, verschijnt er een glimlach. “Ze zijn niet onklopbaar,” stelt Jakobsen. “Het is een sterke, nieuwe generatie, misschien completer dan ik. Maar als ik weer kan sprinten, durf ik het qua topsnelheid wel aan. Eerst weer meedoen, met hen, tegen hen – en hopelijk af en toe voor hen eindigen.”

Laatste contractjaar als extra drijfveer
Jakobsen weet wat er op het spel staat. Eind 2026 loopt zijn contract af en hij zal zichzelf opnieuw moeten bewijzen. “Ik moet laten zien dat ik nog sprinter ben, dat ik een profcontract verdien. Dat begint bij presteren, de rest volgt dan vanzelf.”
De motivatie is er in elk geval nog volop. Niet alleen om te winnen, maar vooral om weer topsporter te zijn. “Die drive loopt parallel met mijn herstel. Dat duwt me in dezelfde richting. En daar vertrouw ik op.”
WN Redactie