Julian Alaphilippe kijkt met gemengde gevoelens naar het moderne wielrennen. In een sport waarin data, vermogens en schema’s steeds dominanter worden, ziet de Fransman dat er ook iets dreigt verloren te gaan. Niet iedereen droomt nog van winnen, merkt hij. En dat steekt.
“In gesprekken met sommige renners merk ik dat ze niet eens meer praten over koersen winnen”, vertelt Alaphilippe in de podcast Sigma Sports Unplugged van Matt Stephens. “Ze zijn tevreden als hun cijfers goed zijn. Als die vijf minuten-test klopt, is het geslaagd. Dat vind ik soms best triest.”
Volgens Alaphilippe is data op zich niet het probleem. Het wordt pas gevaarlijk wanneer cijfers het gevoel volledig verdringen. “Ik weet dat ik geen machine ben en ook niet meer de beste renner ter wereld. Maar als ik in goede vorm ben, kan ik nog altijd met instinct rijden en grote koersen winnen. Het verschil zit in je hoofd. Als je echt ergens van droomt, kan het ook gebeuren.”

LEES OOK: 'Opvolger Van Aert kent verrassend programma in 2026'
Fietsen op gevoelDe tweevoudig wereldkampioen ziet een duidelijke kloof tussen zijn generatie en een deel van de jongere renners. “Sommigen kunnen letterlijk niet meer zonder hun fietscomputer. Ze kijken alleen nog naar cijfers. Dan zie je de bomen niet meer, de lucht niet meer. Je verliest het plezier in het wielrennen.”
Voor Alaphilippe blijft koersen iets wat je ook moet vóélen. Presteren is meer dan een grafiek of een piekvermogen. “Je kunt perfecte waarden hebben, maar als je hoofd er niet in gelooft, win je niks.”

Old school tot het einde
Die visie is geen toeval, benadrukte hij eerder al in een interview met Het Nieuwsblad. “Ik doe het nog altijd zoals tien jaar geleden. Dat ga ik niet veranderen. Alles draait vandaag om cijfertjes, maar ik koers op instinct. En dat blijf ik doen tot ik stop.”
Hij begrijpt de vooruitgang, maar plaatst er een duidelijke kanttekening bij. “Je kunt records breken, maar het belangrijkste blijft hoe je je voelt op de fiets. En natuurlijk wat je uitslag is. Soms zie ik renners na de finish meteen op hun computertje kijken. Het interesseert hen niet eens waar ze geëindigd zijn. Als de wattages goed zijn, zijn ze tevreden. Voor mij draait wielrennen daar niet om.”
In een peloton dat steeds sneller, strakker en efficiënter wordt, blijft Alaphilippe zo een zeldzame herinnering aan een tijd waarin dromen, durven en voelen minstens even belangrijk waren als cijfers.
WN Redactie