De toekomst na een topsportcarrière is voor veel atleten een open vraag, en dat is voor Jasper Philipsen niet anders. Hoewel hij nog volop meedraait aan de top van het wielrennen, denkt hij nu en dan al na over wat daarna komt. Die reflectie levert voorlopig echter meer vragen dan antwoorden op.
LEES OOK: Wout van Aert geeft eerlijke mening over Evenepoel-sensatie
Vraag zonder antwoordPhilipsen heeft momenteel nog niet bepaald een idee van wat hij na zijn carrière zal gaan aanvangen. “Die vraag heb ik mezelf al vaak gesteld, en ik heb er nog altijd geen antwoord op gevonden”, zegt hij bij HLN.
“Dat is eigenlijk geen plezante vaststelling, want ik hoop dat mijn leven altijd zinnig zal zijn en ik veel motivatie kan putten uit wat ik doe. Ik heb een breed interesseveld, maar vind het ambetant dat ik geen echte passie heb naast de koers.”
Immobiliën zoals vriendin Melanie lijkt het niet te gaan worden. “Neen. Ik vind immobiliën interessant en steun Melanie in haar passie, zoals zij nu doet in mijn passie, maar na mijn carrière zou ik het belangrijk vinden dat ik opnieuw iets kan doen met passie en wat niet aanvoelt als werken.”

Weddenschap in beschonken toestand
Ook op het vlak van hobby’s heeft Philipsen nog geen duidelijk plan. Al hangt er intussen wel een weddenschap aan zijn been. “Ik ben onlangs een weddenschap aangegaan om ooit een Ironman te doen. Dat zijn zo van die weddenschappen waarvan ik de dag nadien al spijt heb dat ik ze ben aangegaan, en ik moet toevoegen dat ik ze niet in nuchtere toestand heb gedaan.”
Zoals wel vaker ontstaan daar soms bijzonder wilde plannen. Philipsen verklaart hoe het hem overkwam. “Een vriend van mij doet in Tenerife op amateurniveau marathons. Wanneer ik daar ben, ga ik vaak met hem samen fietsen. Op een avond met veel wijn heeft hij mij proberen aansmeren ook een triatlon te doen.”
“Ik zei: ‘Als ik meteen na het seizoen een Ironman moet doen, zou ik dankzij mijn basisconditie probleemloos kunnen finishen.’ Hij was daar niet van overtuigd, omdat zwemmen en lopen zeer specifiek zijn... En dan krijg je haantjesgedrag én een weddenschap.”
Kevin De Jonghe