Het verrassend vroege afscheid van Simon Yates uit het peloton enkele weken geleden zorgde voor heel wat reacties in de wielerwereld. De Brit gaf aan te worstelen met zijn motivatie, wat meteen vragen opriep over de mentale druk in het profwielrennen. Ook bij zijn collega’s kwam het nieuws hard aan.
LEES OOK: Visma-LaB doet Nederlandse harten opnieuw bloeden
Yates verrast alles en iedereenVoor Wout van Aert kwam het stoppen van Yates volledig onverwacht. Binnen de ploeg was er geen enkel signaal dat de Brit met zulke twijfels kampte. Van Aert benadrukt dan ook dat hij het moeilijk vindt om achteraf verbanden te leggen of conclusies te trekken.
“Het nieuws over Simon kwam voor mij als een grote verrassing. Ik wist niet dat hij met zijn motivatie worstelde. Het was dus voor iedereen onverwacht, ook voor ons binnen de ploeg. Het klinkt misschien vreemd, maar zo kan ik het alleen maar letterlijk uitleggen. Ik vind het te gemakkelijk om die gebeurtenissen aan elkaar te koppelen.”
Volgens Van Aert is zijn eigen situatie alvast totaal anders. De Belg voelt zich al jaren goed binnen zijn team en ervaart geen extra druk. Integendeel, hij benadrukt hoe stabiel en gelukkig hij zich voelt in zijn huidige omgeving.
“Je kunt evengoed zeggen dat ik hier nu al zeven jaar zit, een heel gelukkig mens ben, me goed ondersteund voel en me hier altijd thuis heb gevoeld. Nee, ik heb niet het gevoel dat hier extra druk wordt gelegd.”

Harde wereld
Toch toont Van Aert begrip voor renners die het mentaal moeilijk krijgen. Hij beseft als geen ander hoe veeleisend het leven als profrenner is, zowel fysiek als mentaal. Tegelijk waarschuwt hij ervoor om het probleem te veralgemenen. “Natuurlijk kan ik daar begrip voor opbrengen. Ik weet hoe zwaar het profwielrennen is, of topsport in het algemeen.”
“Maar volgens mij gaat het nog altijd om een beperkt aantal renners bij wie dit gebeurt, terwijl er ook veel renners zijn die gewoon hun droomleven leiden. Persoonlijk ben ik elke keer weer zo blij als een kind wanneer ik op de fiets stap, zelfs in moeilijke periodes. Dus ja, ik begrijp het, maar ik vind het moeilijk om daar een algemene conclusie aan te verbinden.”
Kevin De Jonghe