Na de geschrapte derde etappe kregen de klassementsrenners in de Vuelta a España meteen een bijzonder stevige herkansing. In Andorra lagen de ingrediënten klaar voor een eerste grote schifting. Wat volgde, overtrof zelfs de stoutste verwachtingen.
LEES OOK: Pogacar te kloppen in Vuelta? "Hij is menselijk"
Widar stunt tussen de grote namenAchter een ontketende Tadej Pogacar ontspon zich een bijzonder interessante strijd om de overige ereplaatsen. Primoz Roglic, Felix Gall, Oscar Onley, Enric Mas en Sepp Kuss behoorden tot de renners die zich vooraan konden handhaven. Opvallend genoeg deed ook de jonge Jarno Widar volop mee tussen die gevestigde namen.
Op de Alto de la Comella werd de groep nog verder uitgedund. Mattias Skjelmose en Richard Carapaz moesten onder meer afhaken, terwijl Onley bovenop de klim de bonificaties pakte voor Gall. Roglic kende eveneens een moeilijk moment, maar wist in de afdaling opnieuw aansluiting te vinden.
Zo trokken uiteindelijk zes achtervolgers samen richting de finish. Gall zette de sprint in, maar kreeg daar een bijzonder sterk antwoord op van Widar. De Belg snelde naar een knappe tweede plaats en hield de Oostenrijker achter zich.
Voor de overwinning was die groep al lang niet meer in beeld. Pogacar had tegen dat moment namelijk een ravage aangericht en boekte uiteindelijk met bijna drie minuten voorsprong zijn vijfde ritzege ooit in de Vuelta.

Eén versnelling is voldoende
Nochtans had een grote vlucht lange tijd kleur gegeven aan de etappe. Visma | Lease a Bike was daarin bijzonder sterk vertegenwoordigd met Wout van Aert, Bruno Armirail, Matthew Brennan en Ben Tulett. Van Aert, Armirail en Brennan verrichtten veel werk in dienst van Tulett, maar Decathlon CMA CGM hield vanuit het peloton de druk hoog.
Na de hergroepering veranderde het koersbeeld volledig op de Collado de Beixalis. Decathlon CMA CGM trok het tempo stevig omhoog en reduceerde de groep der favorieten razendsnel tot ongeveer tien renners. Pogacar had blijkbaar genoeg gezien en vertrok op vijftig kilometer van de aankomst.
Gall probeerde als enige onmiddellijk mee te springen, maar moest al na enkele honderden meters capituleren. Pogacar reed vervolgens in een razend tempo weg: op de top van de Beixalis bedroeg zijn marge al ongeveer anderhalve minuut en op de Coll d’Ordino was die gegroeid tot 2.45 minuten.
Ook de laatste beklimming kon geen spanning meer brengen. Pogacar begon met meer dan drie minuten voorsprong aan de Alto de la Comella en hield probleemloos stand. Na amper vier gereden etappes heeft de Sloveen zo al een enorme kloof geslagen met zijn voornaamste rivalen en lijkt de rest vooral te mogen uitmaken wie hem op het Vuelta-podium mag vergezellen.
Stan Strubbe