De afwezigheid van Wout van Aert in de Tour de France blijft een van de grootste tegenvallers van deze wielerzomer. Intussen wordt steeds duidelijker waarom onze landgenoot uiteindelijk geen andere keuze had dan forfait te geven. Een ervaren ploegarts schetst hoe complex zijn blessure werkelijk was.
LEES OOK: Van der Poel kijkt nog eens terug naar Roubaix: "Achteraf bekeken..."
Meer dan een gewone valpartijVolgens Carlo Guardascione, ploegarts van Jayco AlUla, ging het bij Van Aert om een blessure die veel ernstiger was dan een klassieke schaafwonde. "Op basis van de beschikbare informatie kun je spreken van een zware kwetsuur," klinkt het bij het Italiaanse Bici.PRO.
De arts legt uit dat wielrenners na een val meestal oppervlakkige schaafwonden oplopen aan heup, knie, schouder of elleboog. Bij Van Aert was de situatie echter ingewikkelder doordat de wonde dieper was. "Wanneer het weefsel blootligt, stijgt ook het risico op een infectie aanzienlijk. Zo'n letsel moet nu eenmaan grondig behandeld worden."

Cruciaal detail
Volgens Guardascione was er bovendien nog een extra factor die het herstel bemoeilijkte. Kort na zijn val moest Van Aert immers opnieuw vol aan de bak in een ploegentijdrit. "De aerodynamische positie op de tijdritfiets zet voortdurend druk op de elleboog. Daardoor kon de wonde opnieuw geïrriteerd raken."
Die belasting zou volgens de arts het herstel hebben vertraagd, al blijft dat een medische inschatting op basis van de beschikbare gegevens. "De tijdrit heeft hem zeker niet geholpen..."
Opvallend genoeg wist Van Aert ondanks de pijn nog een rit te winnen in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes. Toch bleek achteraf dat de blessure onvoldoende hersteld was om zonder risico aan de Tour de France te beginnen.
Stan Strubbe