Nog amper drie dagen en de Tour de France anno 2026 gaat van start. Het belooft alweer een bijzonder interessante editie te worden, al geldt er voor velen – zoniet de meesten – eigenlijk wel maar één absolute topfavoriet op de eindzege: Tadej Pogacar.
LEES OOK: Contador denkt aan Tour-sensatie: "Het is niet onmogelijk"
Valpartij Zigart krijgt gevolgDe logica zelve uiteraard, gezien hij op autoritaire wijze de laatste twee edities wist te winnen, en ook in de andere koersen vrijwel onaantastbaar blijkt. De grootste uitdaging moet komen van mannen als Jonas Vingegaard, Remco Evenepoel en Paul Seixas. Zij kunnen zichzelf alvast wat moed in praten door het feit dat de voorbereiding van Pogacar allesbehalve optimaal verliep.
Tot en met de Ronde van Zwitserland – waar Pogacar uiteraard andermaal de dominantie zelve bleek – verliep alles perfect. Echter liep het daar fout met zijn vriendin Urska Zigart die zwaar ten val kwam in haar wedstrijd. Het zorgde ervoor dat de wereldkampioen flink wat plannen moest wijzigen.
“Ik heb de afgelopen twee weken veel plannen gewijzigd. Nu Urska herstellende is, zijn haar plannen ingestort, mijn tweede plan is ingestort, en nu is het plan drie en misschien is het over twee dagen plan vier”, klonk het immers zorgwekkend bij de Sloveen.

Wat waren de oorspronkelijke plannen?
Nu is het uiteraard de vraag wat die plannen dan precies zouden hebben ingehouden. Enter Daniel Arribas, journalist bij AS. Hij meent te weten dat Pogacar van plan was om deel te nemen aan het Sloveens kampioenschap op de weg, zijnde plan B.
Zijn belangrijkste – in het water gevallen – plan zou zich echter steviger kunnen laten gevoelen tijdens de Tour. Zo zou Pogacar immers zinnens geweest zijn om nog eens op hoogtestage te trekken, om toch die extra prikkel nog te krijgen.
Volgens Arribas wou Pogacar richting Isola 2000 trekken, iets wat dus uiteindelijk niet doorging. Toch een gevoelige domper in de voorbereiding dus, al is het maar de vraag of het zoveel verschil zal maken, afgaande op de prestaties van Pogacar in Zwitserland.
Kevin De Jonghe