Zonder ongelukken krijgen we zaterdag Mathieu van der Poel aan de start van de Tour de France, waar meteen een stevige opdracht wacht met de ploeg. Zo staat er immers een ploegentijdrit op het programma. De Nederlander lijkt helemaal klaar, al speelden er wel terug rugproblemen op.
LEES OOK: Van der Poel benijdt Van Aert en spreekt plots over stoppen: "Een mooi einde"
Haat-liefdeverhoudingVan der Poel en de Tour, het is zeker niet altijd een succesverhaal geweest. Vorig jaar won hij amper zijn tweede etappe in Frankrijk. “Ik heb er een haat-liefde-verhouding mee”, danst hij niet om die kwestie heen bij Het Nieuwsblad. “Maar hoe ouder ik word, hoe liever ik naar de Tour ga.”
Van der Poel maakt dan ook graag zijn koffers voor de Tour, al ligt zijn grote liefde toch elders: bij de klassiekers in het voorjaar, of eendagskoersen tout court. “Daarin kan ik helemaal mezelf zijn - maar ik kan ondertussen beter plaatsen dat er in zo’n grote ronde ritten zijn waarin ik geen rol speel. Vorig jaar had ik het bijvoorbeeld echt naar mijn zin in de Tour.”
Afwachten of dat de komende weken opnieuw het geval zal zijn, de openingstijdrit biedt alvast een uniek gegeven. Het is een ploegentijdrit, maar de tijd van de eerste renner telt. Een goede zaak volgens Van der Poel. “Er zijn daardoor veel verschillende tactieken mogelijk”, weet hij.
“Je kan met acht ronddraaien, je kan met vier ronddraaien en de anderen sparen, je kan iemand lanceren op de voorlaatste klim of toch nog wat langer wachten… We zijn er zelf nog niet helemaal uit wat we gaan doen, maar ik zal waarschijnlijk wel degene zijn die de finale moet rijden.”

Terug opspelende rugproblemen
En dan is het maar te hopen dat de rug van Van der Poel het de komende weken zal houden. Enkele weken geleden kreeg hij immers – andermaal - af te rekenen met immense rugklachten, de geplande mountainbikewedstrjden werden afgelast. “Ik heb een paar mountainbiketrainingen gedaan in Spanje, maar toen is er iets acuut in mijn rug geschoten…. “, vertelt de renner van Alpecin-Premier Tech.
Van der Poel beseft dat die rugproblemen een aanwezige factor zullen blijven – ‘Het blijft een aandachtspunt’ – maar naar de oorzaak van dit acuut probleem is het ook voor hem gissen. “Waar het deze keer vandaan kwam, is moeilijk te zeggen. Ik vermoed dat het een soort van overbelasting was, want het was ook juist in een week dat ik wat looptrainingen had ingelast.”
“Uiteindelijk heeft die pijn slechts vier-vijf dagen geduurd, dus de impact viel mee”, nuanceert hij. “Maar het blijft jammer. Want ik merk dat ik, met het ouder worden, meer moeite heb om van de ene fiets op de andere te springen. Ik heb meer uren nodig om mijn positie en techniek op de mountainbike opnieuw te verfijnen”, besluit Van der Poel.
Kevin De Jonghe