Het zijn intussen al jarenlang geen ploegmakkers meer, maar desondanks onderhouden Wout van Aert en Tim Merlier een bijzonder goede band. Dat zorgde jaren samen in de cross voor. De West-Vlaming houdt er bijzonder mooie herinneringen aan over.
LEES OOK: Merlier komt vlak na BK met opvallende bekentenis voor de Tour
Deur wordt niet platgelopenIntussen geldt Merlier mogelijk wel als de beste sprinter van het peloton, maar zijn overstap naar de weg kwam er eigenlijk rijkelijk laat. Toen hij in 2016 de GP Zottegem won, begon het te dagen dat er op de weg wat mogelijk was voor hem.
“Ik was net terug van stage in de Vogezen, samen met Wout van Aert. Dat moet zowat de enige stage met hem ooit zijn geweest, die ik goed heb verteerd”, lacht Merlier veelzeggend bij HLN. Maar zoals aangegeven beleefden ze wél mooie tijden.
Merlier benadrukt dan ook dat ze nog steeds vrienden zijn. Al is de band door de jaren heen – zoals dat dan gaat – wel deels verwaterd. “We onderhouden het contact, ook al is dat door de omstandigheden wat minder geworden”, vertelt Merlier.
“Verschillende teams, de geografische afstand, kinderen... Wouts deur heb ik zelf nooit platgelopen, ik liet en laat hem zoveel mogelijk gerust. Hij heeft daar ook geen nood aan, merk ik. Maar we weten allebei dat, áls er iets is, we elkaar dag en nacht mogen bellen of appen.”

Van Aert als leermeester
Van Aert bleek in het verleden al een soort van een rolmodel voor Merlier. Waar ze als jongelingen nog zowat alles naar binnen speelden – van chocolade tot frieten – was de Kempenaar diegene die hun voedingspatroon begon aan te pakken. “Vroeger at ik wekelijks frietjes (als voltijds crosser, nvdr). Maar vanaf dan (die zege in Zottegem, nvdr) zal het nog één keer per maand geweest zijn.”
“Wout hielp me mee de switch maken”, stelt Merlier. “Het was de periode waarin hij van frêle U23-talent evolueerde naar een costaud type. Zijn lichaam transformeerde en ook hij moest dus wat meer oppassen. Ik ben hem daarin gevolgd. Gedaan met de tijd waarin we op stage zowat alles naar binnen werkten wat we tegenkwamen”, klinkt het al lachend.
Kevin De Jonghe