De openingsrit van de Giro d’Italia heeft meteen voor controverse gezorgd. Wat een klassieke massasprint moest worden, eindigde in complete chaos na een zware valpartij in de slotkilometer. En dat zorgt nu voor stevige kritiek. Vooral Johan Bruyneel haalde in zijn podcast The Move stevig uit naar de organisatie.
“Je voelde dat dit fout zou lopen”
In de laatste kilometers liep de spanning volledig op toen het peloton een steeds smallere finale indook. Uiteindelijk ging het ook effectief mis: een eerste valpartij veroorzaakte een kettingreactie waarbij meerdere sprinters tegen het asfalt gingen.
Bruyneel zag het onheil al van ver aankomen. “Je weet op voorhand bijna zeker dat het een massasprint wordt,” klonk het scherp. “En dan maak je die laatste kilometer plots extreem smal. Dat is gewoon geen goede beslissing.”
Volgens hem speelde niet alleen de breedte van de weg een rol. Ook de afzettingen kregen kritiek. “Die hekken waren ouderwets en staken gevaarlijk uit,” stelde hij. “Dat zou de dag van vandaag gewoon niet meer mogen.”
MAGNIER AGUA LA FIESTA ITALIANA 💥
— Eurosport.es (@Eurosport_ES) May 8, 2026
El velocista francés se impone a Lund Andresen y Milan en un esprint accidentadísimo y es el primer líder del Giro de Italia 2026.#GirodItalia #LaCasadelCiclismo pic.twitter.com/38pE2DI8bS
Visma kiest bewust voor veilige aanpak
De chaos zorgde er ook voor dat sommige klassementsploegen bewust uit de gevarenzone bleven. Zo hield Jonas Vingegaard zich met Team Visma | Lease a Bike opvallend afzijdig van het sprintgeweld.
Volgens Bruyneel was dat een logische keuze. “Je spaart niet alleen energie, maar ook enorm veel stress,” legde hij uit. “Dat is in een grote ronde ontzettend belangrijk.”
Onze landgenoot begrijpt dus perfect waarom Visma niet meespeelde voorin. Zeker in een rit waarvan vooraf duidelijk was dat de grootste risico’s in de slotkilometers lagen. Toch waarschuwt hij dat die aanpak niet elke dag mogelijk is. “Ze zullen het parcours moeten blijven analyseren en kunnen dit niet elke keer klaarspelen,” aldus Bruyneel.
Stan Strubbe