Michel Wuyts maakt zich zorgen over de richting waarin het wielrennen evolueert. Volgens de ervaren commentator dreigt de dominantie van renners als Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel de sport te verengen, tenzij toppers opnieuw vaker rechtstreeks de degens kruisen.
Met Milaan-Sanremo voor de deur kijkt Wuyts vooruit naar een nieuw duel tussen de groten, maar tegelijk wijst hij op een bredere tendens. Het probleem zit volgens hem niet in de klasse van Pogacar of Van der Poel, maar in het feit dat anderen te weinig de confrontatie aangaan.
LEES OOK: Wout van Aert onthult doel voor Milaan-Sanremo
“België snakt naar Van Aert en Evenepoel”Wuyts begrijpt dat een deel van het publiek hunkert naar meer variatie aan de top. “Voor een kijker die snel verzadigd is, zijn dit lastige tijden. Die snakt naar verandering en vooral naar inbreng uit eigen land”, zegt hij bij WielerFlits. “In België gaat het dan over Wout van Aert of Remco Evenepoel die tegengas kunnen bieden.”

Toch stoort de dominantie hem persoonlijk minder dan vaak wordt gedacht. Integendeel, hij geniet net van de prestaties van absolute toppers. “Als Pogacar voor de vierde keer aanzet in Strade Bianche, zit ik nog altijd met open mond te kijken. Dat deert mij geen seconde.”
De kern van het probleem ligt volgens hem elders: het gebrek aan rechtstreekse confrontaties tussen die toppers. “Het irriteert mij dat de groten elkaar steeds meer uit de weg gaan. Dat leidt tot nichevorming en dat is jammer.”
Meer duels, minder specialisatie
Volgens Wuyts moet het wielrennen terug naar een tijdperk waarin de beste renners elkaar vaker treffen, over verschillende types wedstrijden heen. “Hoe vaak zien we de echte toppers nog tegen elkaar in het Vlaamse voorjaar? Dat zijn er misschien twee of drie momenten.”
Hij pleit ervoor dat renners vaker buiten hun comfortzone treden. “Wanneer komt de dag dat Jonas Vingegaard aan de start staat van Luik-Bastenaken-Luik? Of dat Remco Evenepoel zich meer in het Vlaamse werk mengt?”
In zijn ogen is Pogacar daarin het voorbeeld. “Hij toont dat het kan. Hij rijdt alle grote wedstrijden die ertoe doen en trekt zich weinig aan van klassieke voorbereidingsschema’s. Als anderen dat voorbeeld volgen, krijgen we geweldige duels.”
Ook de rol van de UCI en koersorganisaties kan volgens Wuyts niet genegeerd worden. Hij ziet mogelijkheden in het beperken van overlap tussen grote koersen en het creëren van formats die toppers vaker samenbrengen.

Daarnaast schuift hij zelfs een opvallend idee naar voren: kortere wedstrijden. “Als je alleen de laatste vijftig kilometer toont, krijg je misschien een ander soort koers. Sponsors denken dan ook anders en renners gaan mogelijk langer wachten met hun aanval.”
Voor Milaan-Sanremo zelf verwacht Wuyts weinig verrassingen. “De kans is zeer groot dat één van die twee wint, en de grootste kans is dat Mathieu van der Poel wint”, klinkt het. Maar tegelijk is zijn boodschap duidelijk: de sport heeft meer nodig dan alleen die twee, het heeft duels nodig die blijven hangen.
WN Redactie