Het voelt bijna als een paradox: Team Visma | Lease a Bike begint 2026 nog altijd als een van de machtigste ploegen in het peloton, maar zelden stond die status zo onder druk. De absolute successen van de voorbije jaren hebben de lat torenhoog gelegd en tegelijk het verwachtingspatroon meedogenloos gemaakt. Visma is niet langer de uitdager, maar de ploeg die aangevallen wordt. Door UAE, door nieuwe superteams als Lidl-Trek en Red Bull BORA hansgrohe, en soms ook door haar eigen verleden.
LEES OOK: Visma Lease a Bike krijgt opnieuw stevige dreun te verwerken
De hiërarchie ligt vast, maar is minder breedJonas Vingegaard blijft het onbetwiste sportieve ankerpunt. Alles wat met grote rondes te maken heeft, vertrekt in 2026 opnieuw vanuit zijn schema. De Deen blijft de man voor de Tour, met daarnaast ruimte om het Giro-project verder uit te diepen, afhankelijk van kalenderkeuzes en vormopbouw. Achter hem is de piramide smaller geworden. Het vertrek van Simon Yates heeft de klimkern zichtbaar uitgedund en dwingt de ploeg tot scherpere keuzes in ondersteuning en koersverloop.
Wout van Aert blijft ondertussen het gezicht van Visma naar buiten toe. Voor Belgische fans is hij niet alleen de absolute blikvanger, maar ook de renner die het DNA van de ploeg belichaamt: veelzijdig, onverzettelijk en koersmakend. Zijn doelen blijven klassiekers en monumenten, ritten in grote rondes en selectief sprintwerk, maar de vraag blijft hoe lang die combinatie op het allerhoogste niveau houdbaar is. In 2026 wordt opnieuw gezocht naar het juiste evenwicht tussen rendement en belasting.

2025 was succesvol, maar niet zonder barsten
Wie puur naar de erelijst kijkt, kan moeilijk spreken van een mislukt seizoen. Visma won, domineerde fases van het jaar en bleef structureel meedoen om de grootste prijzen. Toch was 2025 geen kopie van de absolute topjaren. De ploeg moest vaker reageren in plaats van dicteren en voelde dat de voorsprong op concurrenten kleiner werd. Blessures, wisselende vorm en een steeds agressiever koersklimaat maakten duidelijk dat dominantie geen vanzelfsprekendheid meer is.
Het afscheid van Simon Yates woog daarbij zwaarder dan enkel sportief. Zijn rol als luxe-lieutenant en alternatieve kopman gaf Visma jarenlang tactische vrijheid. Zonder hem wordt het spel eenvoudiger voor de tegenstand, en complexer voor de ploegleiding.

Transfers als symptoom van een nieuwe fase
Visma ging niet meer op zoek naar een nieuwe superster om het vertrek van Yates één-op-één te compenseren. De ploeg blijft trouw aan haar filosofie: investeren in ontwikkeling, complementariteit en rolvastheid. Dat betekent minder grote namen, meer renners die meerdere functies kunnen invullen. Het is een bewuste keuze, maar ook een gok in een peloton waar concurrenten wél massaal gewicht blijven toevoegen.
Uitgaand is het verlies aan ervaring en klimdiepte voelbaar. Het vertrek van onder andere Tiesj Benoot en Olav Kooij zal zich zeker doen voelen. Inkomend ligt de nadruk op groeipotentieel en ondersteuning. Het is geen transferbeleid dat meteen angst inboezemt, maar wel een dat op middellange termijn moet renderen.

België leunt zwaar op één man
Voor een Belgische wielervolger is het beeld helder: in 2026 rust hier bijna alle aandacht op Wout van Aert. Met het vertrek van andere Belgen in de voorbije seizoenen is hij de enige echte Belgische pijler binnen de kern. Dat maakt zijn rol nog zichtbaarder, maar ook kwetsbaarder. Wanneer Van Aert presteert, straalt de ploeg mee. Wanneer hij dat niet doet, wordt het Belgische verhaal bij Visma plots erg dun. Al is Victor Campenaerts nog wel een sterke kracht van het team.
Sterkte in de breedte, maar minder marge
Wat Visma nog altijd onderscheidt, is de collectieve organisatie. De ploeg leest koersen beter dan bijna iedereen, maakt zelden tactische fouten en blijft conditioneel een referentie. Renners als Matteo Jorgenson en ook Sepp Kuss en de talentvolle Matthew Brennan blijven cruciaal als verbindingsstukken tussen kopmannen en ploegbelang. Ook de sprint- en lead-outstructuur blijft degelijk, al is de pure dominantie van eerdere jaren afgezwakt door het vertrek van onder meer Kooij.

Wanneer is 2026 geslaagd?
Voor Visma ligt de lat nog altijd hoger dan bij eender welke andere ploeg. Een Tourzege of minstens een podium met Vingegaard blijft de absolute maatstaf. Daarnaast moet Van Aert opnieuw meedoen om de grootste klassiekers, liefst met minstens één monument als tastbare beloning. Minstens even belangrijk is de bevestiging dat de ploeg zonder Yates competitief en flexibel blijft in het hooggebergte.
2026 hoeft geen historisch topjaar te worden om geslaagd te zijn, maar mag ook geen overgangsjaar zonder duidelijke richting zijn. De honing smaakt nog altijd zoet, maar in de bijenkorf is het onrustiger dan ooit. Visma weet wat er op het spel staat. De vraag is of het antwoord opnieuw dominant, of vooral defensief zal zijn. Maar die ene zege met Van Aert in een Monument, die is stilaan toch wel heel erg welkom!
WN Redactie