Lars van der Haar stond ooit te boek als hét grote talent van zijn generatie en de regenboogtrui bij de elite leek slechts een kwestie van tijd. Die ultieme bekroning kwam er echter nooit. Niet door een gebrek aan kwaliteit, maar door de opkomst van twee renners die het veldrijden een ander gezicht gaven. In de podcast Live Slow Ride Fast kijkt Van der Haar open terug op de impact die Mathieu van der Poel en Wout van Aert hadden op zijn carrière.
LEES OOK: 'Gigantische Van der Poel-sensatie in de maak'
“In het begin is dat gewoon vervelend”Toen Van der Haar de overstap maakte naar de elite, botste hij vrijwel meteen op een nieuw fenomeen. Terwijl hij zich stap voor stap omhoog werkte, verschenen Mathieu van der Poel en Wout van Aert op het toneel.
Hun onderlinge dominantie zou het WK jarenlang kleuren. “In het begin voelt dat natuurlijk heel vervelend”, geeft Lars van der Haar toe. “Want ja: wij zijn goed, maar zij zijn beter.”
Die vaststelling kwam hard aan, zeker voor iemand die jarenlang had toegewerkt naar het allerhoogste. Sinds 2015 verdeelden Van der Poel en Van Aert bijna alle wereldtitels onder elkaar, waardoor er voor anderen nauwelijks ruimte overbleef. Van der Haar draaide steevast mee aan de top, maar botste telkens opnieuw op dezelfde grens.

Gemiste kansen, geen bitterheid
Van der Haar draait niet rond de pot als hij de balans opmaakt. “Objectief gezien heeft het misschien één of twee wereldtitels voor mezelf gekost”, analyseert hij eerlijk. Een tastbaar voorbeeld daarvan is zijn zilveren medaille op het WK van Fayetteville in 2022, een kampioenschap waarin hij dicht bij de ultieme beloning kwam, maar opnieuw net te kort schoot.
Toch klinkt er geen frustratie in zijn woorden. Integendeel, de Nederlander benadrukt vooral het respect dat hij voelt voor zijn twee grote rivalen. “Ze hebben de cross gedefinieerd en veranderd”, stelt hij. “Ik heb mee moeten groeien.” Volgens Van der Haar dwong hun aanwezigheid het hele peloton tot een hoger niveau, en maakte dat ook hem een betere renner.
Stan Strubbe