Het veldrijden lijkt dichter dan ooit bij een olympisch debuut, met stevige lobby vanuit de internationale wielerwereld richting de Winterspelen van 2030. Maar terwijl bestuurders dromen van vijf ringen, klinkt er ook interne twijfel. Thibau Nys, één van de boegbeelden van de nieuwe generatie, kijkt met een kritisch oog naar het hele verhaal.
LEES OOK: Herygers heeft vertrouwen en doet grootse voorspelling voor Nys
“Het voelt onnatuurlijk aan”De steun van de UCI en het enthousiasme bij het Internationaal Olympisch Comité lijken voor velen een droomscenario, maar Nys kan zich moeilijk vinden in die euforie. “Dat vind ik zo geforceerd”, klinkt het ongewoon scherp. “Ik weet niet of ik er fan van ben en ik weet ook niet of onze sport daar beter van zal worden.”
Volgens Nys heeft het veldrijden jarenlang perfect gefunctioneerd zonder olympische status. “We zijn heel groot in België en het heeft op deze manier altijd gewerkt.” In zijn ogen is de huidige drang om koste wat het kost olympisch te worden vooral ingegeven door prestige, niet door wat de sport echt nodig heeft.

Eerst in eigen boezem kijken
De Belg gaat nog een stap verder en suggereert dat de olympische ambitie afleidt van fundamentelere problemen. “Ik denk dat we eerder dichter bij onszelf moeten zoeken waar het intern fout loopt”, stelt hij.
Pas daarna kan de sport volgens hem duurzaam groeien. “En dan proberen we het veldrijden zo groter te maken, in plaats van het geforceerd op de Spelen te krijgen.”
Wat die interne knelpunten precies zijn, benoemt Nys niet concreet. Maar zijn woorden laten weinig ruimte voor misverstanden: de sport heeft volgens hem eerst nood aan zelfreflectie, niet aan grootse internationale dromen.
Stan Strubbe