Ben O'Connor begon deze Giro d'Italia met duidelijke ambities. De Australiër van Jayco AlUla mikte op een podiumplaats in Rome en leek lange tijd ook op koers om een sterk klassement neer te zetten. De zware negentiende etappe bleek uiteindelijk de definitieve genadeklap voor zijn klassementsdroom.
LEES OOK: Bommetje in Giro: man-in-vorm geeft er plots de brui aan
Sterke start geeft hoopO'Connor werkte een degelijke voorbereiding af richting de Giro en leek tijdens de eerste bergritten meteen competitief. Vooral zijn vijfde plaats op de Blockhaus zorgde voor optimisme binnen het kamp van Jayco AlUla.
Ook in de lange tijdrit bevestigde de Australiër zijn goede vorm. Als elfde van de dag was hij één van de beste klassementsrenners tegen de klok en daardoor bleef een podiumplaats lange tijd een realistisch doel.
Zelfs na enkele mindere dagen hield O'Connor zich nog altijd knap staande in de top tien van het klassement maar zoals bij zoveel renners sloeg ziekte toe tijdens de tweede week, waarna zijn niveau langzaam begon weg te zakken.
Complete afrekening
De zware rit naar Alleghe draaide uiteindelijk uit op een ware nachtmerrie voor de Australiër. O'Connor moest al vroeg lossen en verloor uiteindelijk meer dan negen minuten op de winnaar van de dag.
Die zware terugval kostte hem meteen verschillende plaatsen in het klassement. Van een plek in de top tien zakte hij terug naar de veertiende positie. Na afloop was de teleurstelling groot. “Ik had een goed plan, maar op het einde was ik volledig leeg”, gaf hij toe. “Dat is enorm frustrerend.”
Volgens O'Connor voelde de slechte dag extra zuur aan omdat hij zelf geen duidelijke verklaring heeft voor zijn terugval. “Ik heb eigenlijk niets verkeerd gedaan”, vertelde hij openhartig. “Soms worden de kaarten gewoon zo geschud.”
“Normaal word ik beter naarmate een grote ronde vordert”, besloot hij. “Nu was ik sterk in het begin en werd ik steeds minder. Dat maakt het extra jammer.”
Stan Strubbe