Jan Bakelants heeft zich op geheel eigen wijze kritisch uitgelaten over de UCI en ASO, en meer bepaald over het prijzengeld in het wielrennen. Prijzenpotten die al jarenlang nauwelijks werden aangepast, of geïndexeerd, zoals dat dan heet.
LEES OOK: "Dat heeft hij gezegd": Bakelants weet meer over afspraak Van Aert en Soete
Verandering nodigNiet dat de renners er zelf van wakker liggen, opent Bakelants bij HLN. “Geen enkele prof in de WorldTour koerst voor het prijzengeld. Zij verdienen allemaal goed hun boterham en dat extraatje maakt weinig verschil”, klinkt het. Het prijzengeld wordt bovendien verdeeld binnen de ploeg, waarbij zelfs de staf een deel krijgt.
Toch stoort Bakelants zich aan het gebrek aan indexering. “Het eerste wat mij stoort, is dat het prijzengeld al meer dan tien jaar quasi onveranderd is. Indexering bestaat blijkbaar niet in de koers.”
Voor Bakelants is het dan ook hoog tijd om het systeem grondig te herbekijken. Zeker omdat het prijzengeld na belastingen en de verdeling binnen de ploeg nog een stuk minder indrukwekkend wordt. “Zoals het systeem nu is, kan je het beter afschaffen.”

Hebberige organisaties
Ook ASO, organisator van onder meer de Tour, krijgt ervan langs. Bakelants maakt pijnlijk duidelijk dat de prijzenpot van de grootste wielerwedstrijd ter wereld bijzonder klein is tegenover de financiële cijfers van de organisatie.
“Het budget dat ASO tijdens de Tour vrijmaakt voor prijzengeld is slechts 0,7 procent van de jaaromzet. 0,7 procent! Slimme kerels daar”, klinkt het met de nodige zin voor cynisme.
Bakelants pleit daarom voor een inhaalbeweging. “Uiteraard moet er een indexering komen, die ook alle ‘vergeten’ indexeringen sinds 2000 rechtzet. Dat zou de prijzenpot in de Tour automatisch al richting 4,2 miljoen euro duwen.”
Kevin De Jonghe