De organisatie had het mooi bedacht. Eén echte Pyreneeënrit, op dag zes. Geen loodzware aankomst boven op de Tourmalet, maar een finale waarin het klassement niet direct uit elkaar hoefde te spatten. Het recept voor een spannende eerste (en ook tweede) Tourweek lag klaar. Alleen vergaten ze één ding: Tadej Pogačar rijdt niet op papier.
Waar de Tour hoopte op een eerste krachtmeting, maakte de Sloveen er een machtsvertoon van. Hij wachtte niet tot de slotkilometers van de Tour, niet tot de Alpen en ook niet tot de tijdrit. Hij viel aan zodra hij voelde dat het kon en alleen Jonas Vingegaard kon nog heel even volgen. De rest keek al binnen een paar minuten tegen een onoverbrugbare achterstand aan.
Daarmee is ook meteen de vraag van de dag geboren. Is deze Tour eigenlijk nog spannend?
Het eerlijke antwoord is dat niemand dat nu met zekerheid kan zeggen. We hebben allemaal te veel grote rondes gezien om na zes dagen al een eindwinnaar aan te wijzen. Een valpartij, een slechte dag of een ziekte kan in de Tour alles veranderen. Maar wie alleen naar de benen kijkt, ziet een ongemakkelijke waarheid. Pogačar oogt op dit moment simpelweg een klasse beter dan de rest. En die rest is ook al heel goed..

LEES OOK: Na De Meet | Een verhaal voor de eeuwigheid
Achter Pogačar ontstond misschien wel het grootste probleemTerwijl vooraan de verschillen opliepen, gebeurde achter de Sloveen iets wat minstens zo interessant was. Remco Evenepoel kon de besten niet volgen en keek meer dan eens om zich heen. Daar reed Florian Lipowitz. Of beter gezegd: daar reed hij vooral voor zichzelf.
Na afloop spaarde Evenepoel zijn woorden niet. De Belg liet duidelijk merken dat hij meer steun van zijn ploeggenoot had verwacht. Dat is een opvallend signaal, zeker zo vroeg in de Tour. Natuurlijk mag een renner met klassementsambities zelf ook dromen van een goed klassement. Maar als je met een uitgesproken kopman aan de start verschijnt, verwacht je ook dat iedereen dezelfde koers rijdt. Misschien is dat het probleem van de ploeg. Er is geen duidelijkheid.
Of Evenepoel gelijk heeft, zullen we de komende dagen vanzelf zien. Eén ding is wel duidelijk: binnen een ploeg ontstaan zelden discussies als alles op rolletjes loopt.
Aan de andere kant van het peloton speelde zich een heel ander verhaal af. Cian Uijtdebroeks verdween uit de Tour. De jonge Belg kampte al langer met ziekteklachten en zijn ploeg besloot dat verder rijden geen zin meer had. Een verstandige beslissing, maar wel een pijnlijke. Uijtdebroeks had juist gehoopt dat deze Tour de bevestiging zou worden van zijn ontwikkeling. In plaats daarvan stapt hij al in de eerste week af. Al kotsend gaf hij er de brui aan.

De Tour kent geen medelijden
Dat gold misschien nog wel meer voor Torstein Træen. Nog voordat hij zijn gele trui definitief moest uittrekken, lag de Noor op het asfalt. Hij kwam hard ten val, verloor dus niet alleen zijn leiderstrui, maar bleek de etappe uiteindelijk ook nog uit te rijden met een gebroken rib.
Dat beeld zegt misschien wel meer over de Tour dan welke uitslag ook. Eerder was Træen nog de man van het sprookje. Vandaag vocht hij vooral tegen de pijn. Zo snel kan het gaan in de grootste wielerwedstrijd ter wereld.
Aan het einde van de dag bleef één conclusie hangen. Niet alleen dat Pogačar de rit won, want dat deed hij overtuigend. Wel dat de concurrentie nu al voor een enorme opgave staat. De Tourorganisatie probeerde de spanning zorgvuldig op te bouwen richting de tweede en derde week. Pogačar lijkt weinig boodschap te hebben aan dat draaiboek.
En toch is het misschien nog te vroeg om de Tour definitief af te schrijven. De geschiedenis leert dat drie weken wielrennen zelden volgens plan verlopen. Maar als Vingegaard, Evenepoel en de rest deze Tour nog willen kantelen, dan zal dat snel moeten gebeuren. Want na vandaag is één ding duidelijker dan ooit: wachten op een mindere dag van Pogačar is geen strategie. Dat is hopen. Pogačar was vandaag eenzaam. En heel soms kan eenzaamheid ook heel mooi zijn.
WN Redactie