Ruben Van Gucht blijft een veelgevraagde gast voor tv-programma’s en was deze keer te zien in De Container Cup, het populaire programma op Play waarin bekende Vlamingen allerlei sportproeven moeten afwerken. Bij Van Gucht werd het optreden extra opvallend door de commentaren van Pedro Elias, die samen met Wesley Sonck voor de analyse zorgde.
LEES OOK: Ruben Van Gucht in diepe rouw na dramatisch overlijden
'Geen sarcastische verwijzingen'Meteen bij de start zette Elias de toon met een opvallende opmerking. “Wesley, we moeten even een afspraak maken, want we weten allemaal: Ruben Van Gucht is een gekleurde figuur, staat elke week in de boekjes en heeft een nogal actief seksleven. Ik stel voor dat we daar geen verwijzingen naar doen”, klonk het. Uiteraard volgden die verwijzingen daarna net voortdurend.
Tijdens de loopproef grapte Elias: “Hij is gewend om weg te lopen als de partner thuiskomt”, terwijl hij bij de monkey bars opmerkte: “Het is beter dat hij een beetje gaat swingen.” Ook bij het roeien kreeg Van Gucht het hard te verduren.
Toen hij zich even mispakte en naast het stoeltje ging zitten, probeerde Sonck hem nog te corrigeren. “Nee, nee Ruben, je moet op de stoel zitten”, zei hij, waarna Elias meteen inpikte: “Ja, maar hij denkt: ‘Als ik er maar op zit, maakt niet uit waar.’”
Het schieten wil niet lukken
Ook tijdens de schietproef bleef Pedro Elias grappen maken. Van Gucht kende daar duidelijk een moeilijke passage en raakte zichtbaar gefrustreerd. “Moeilijke momenten natuurlijk voor iemand die van schieten zijn handelsmerk maakt en dan wil het niet lukken”, aldus Elias.
Daarna volgde nog een extra steek: “Ik merk wat frustratie natuurlijk. Hij is gewend om altijd raak te schieten, Wesley, en nu niet. Voor heel Vlaanderen.”
Tot slot vroeg Elias zich ook luidop af waarom Van Gucht zo populair is bij vrouwen. “Wat maakt hem zo hot?”, wilde hij weten. Wesley Sonck had daar wel een verklaring voor. “Ja, het is toch geen onknappe man die zeer sportief is en zeer kundig in zijn job. Dus uiteindelijk kan ik dat wel begrijpen.”
Kevin De Jonghe