Het Openingsweekend sluit traditioneel af met Kuurne-Brussel-Kuurne, de koers die vaak als toetje wordt bestempeld, maar zelden saai is. Waar de Omloop Het Nieuwsblad vooral draait om positionering en explosiviteit op de hellingen, is Kuurne een wedstrijd waarin het alle kanten op kan. Van een klassieke massasprint tot een harde afvalkoers met aanvallers die het halen.
De sleutel ligt al jaren op dezelfde plek: wie Kuurne wil winnen zonder sprint, moet vroeg beginnen. De geschiedenis leert dat dat geen onmogelijke opdracht is. In 2023 en 2024 maakten Tiesj Benoot en Wout van Aert het verschil met vroege aanvallen, maar net zo vaak loopt het uit op een sprint. Vorig jaar nog toonde Jasper Philipsen zich de snelste, terwijl een jaar eerder Olav Kooij toesloeg.
De vraag voor zondag is opnieuw dezelfde: krijgen we een sprint, of wordt het een koers van durvers?
LEES OOK: Philipsen bescheiden: “Kriebels in de buik”
ParcoursKuurne-Brussel-Kuurne start zoals gebruikelijk op de Grote Markt van Kortrijk, waarna de renners zich opmaken voor een tocht van net geen 195 kilometer. In de openingsfase gebeurt er doorgaans weinig, met de Tiegemberg als eerste helling na een kleine twintig kilometer. De benen worden opgewarmd, maar de echte strijd volgt pas later.
Na ongeveer zestig kilometer begint het serieuze werk. Via onder meer de Bossenaarsstraat, Berg ten Houte en La Houppe stapelen de hellingen zich in snel tempo op. Het is in die fase dat ploegen zonder pure sprinter vaak beginnen te bewegen, in een poging om de koers hard te maken en sprinters te lossen.

Het zwaartepunt van de wedstrijd ligt rond de Hameau des Papins, op ongeveer honderd kilometer van de finish. Dat is traditioneel het moment waarop de sterkere klassiekerrenners hun eerste echte prikken uitdelen. Daarna volgen nog Le Bourliquet, Mont Saint-Laurent en de bekende Vlaamse hellingen zoals de Kruisberg, de Hotond, de Côte du Trieu en de Kluisberg.
Na de Kluisberg, op zo’n zestig kilometer van de meet, verdwijnen de hellingen uit het parcours. Wat volgt is een lange, vaak nerveuze aanloop naar de finish, waarin positionering, wind en samenwerking cruciaal worden. Met een zuidwestenwind die in de rug blaast richting Kuurne, kan het tempo in de finale bijzonder hoog liggen.
Na 180 kilometer passeren de renners voor het eerst de aankomstlijn, waarna nog een lokale ronde van veertien kilometer volgt. Die extra lus maakt het moeilijk om de koers volledig te controleren en biedt laatkomers nog een kans om het verschil te maken.
Wachten op beslissing Van der Poel
De grote vraag richting zondag is of Mathieu van der Poel aan de start verschijnt. De Nederlander beslist na de Omloop of hij Kuurne-Brussel-Kuurne toevoegt aan zijn programma. Als hij start, is hij meteen de absolute topfavoriet.
Van der Poel heeft alles in huis om deze koers naar zijn hand te zetten. Hij kan aanvallen op de hellingen, koers maken op de vlakke stroken en een sprint overleven vanuit een kleine groep. In een wedstrijd die zo open ligt als Kuurne, is dat een enorme troef.

Zijn ploeg Alpecin-Deceuninck beschikt bovendien over een perfect plan B. Jasper Philipsen is de titelverdediger en een van de snelste mannen van het peloton. Als het tot een sprint komt, is hij dé man om te kloppen. In het ideale scenario voor de ploeg zitten beide renners mee in de finale, waardoor ze de koers volledig kunnen controleren.
Achter Van der Poel schuift Paul Magnier naar voren als een van de grootste uitdagers. De Fransman combineert snelheid met inhoud en kan zowel in een sprint als in een zwaardere finale uit de voeten. Dat maakt hem bijzonder gevaarlijk in een koers als Kuurne.
Daarnaast is er een brede groep klassieke renners die liever geen sprint zien. Namen als Matej Mohoric, Kasper Asgreen, Toms Skujins, Dylan van Baarle en Tim Wellens zullen proberen om de koers vroeg open te breken. Zij weten dat hun kansen toenemen naarmate de wedstrijd zwaarder wordt.
Sprint of aanval
De andere kant van het verhaal is de indrukwekkende lijst sprinters aan de start. Jonathan Milan, Biniam Girmay, Tobias Lund Andresen en Arnaud de Lie hebben allemaal al laten zien dat ze in vorm zijn en zullen hopen dat hun ploegen de koers kunnen controleren.
Ook renners als Dylan Groenewegen, Milan Fretin, Jordi Meeus en Phil Bauhaus mikken op een sprintkans, terwijl jonge namen als Pavel Bittner en Maikel Zijlaard kunnen verrassen als de koers niet volledig ontploft.

Dat maakt Kuurne-Brussel-Kuurne tot een schaakspel tussen twee groepen: de aanvallers die de koers willen breken op de hellingen, en de sprintersploegen die alles op alles zetten om de boel weer samen te brengen.
De weersomstandigheden kunnen daarbij een rol spelen. Met temperaturen rond de acht graden, kans op regen en een matige wind, ligt een zware koers op de loer. Zeker als het peloton breekt in waaiers op de open stukken richting Kuurne, kan het alsnog een slijtageslag worden.
Koersverwachting
Kuurne wordt zelden gewonnen door af te wachten. De ploegen die geen pure sprinter hebben, zullen vroeg moeten anticiperen en de koers hard maken op de hellingen. Als dat niet gebeurt, is de kans groot dat we een sprint krijgen.
Met een renner als Van der Poel in koers is de kans op actie echter groter. Hij heeft er geen belang bij om het tot een massasprint te laten komen en zal eerder proberen om het verschil te maken op de hellingen of in de overgang naar de vlakke finale.

Toch blijft een sprintscenario realistisch, zeker met de hoeveelheid snelle mannen aan de start. En in dat geval zijn renners als Philipsen, Milan en Girmay moeilijk te kloppen.
Het maakt Kuurne-Brussel-Kuurne opnieuw tot een van de meest onvoorspelbare klassiekers van het voorjaar. Een koers waarin alles mogelijk is, maar waarin één naam alles kan veranderen.
Favorieten WielerNieuws.be
**** - Mathieu van der Poel
*** - Jasper Philipsen, Paul Magnier
** - Jonathan Milan, Biniam Girmay, Arnaud De Lie
* - Tobias Lund Andresen, Matej Mohoric, Dylan van Baarle, Dylan Groenewegen, Kasper Asgreen
WN Redactie