De Zilvermeercross leverde niet alleen sportieve conclusies op, maar ook bezorgde blikken. Wout van Aert moest de wedstrijd vroegtijdig verlaten na een valpartij, en dat in bijzonder gure omstandigheden. Europees kampioen Toon Aerts, zelf tweede aan de finish, stond na afloop vooral stil bij de toestand van zijn landgenoot.
LEES OOK: Bakelants kent ware reden voor schorsing Toon Aerts
Val en opgave in ijzige kouWout van Aert ging in de wedstrijd tegen de grond en hield daar een verzwikte enkel en een gehavende knie aan over. In combinatie met de extreme kou betekende dat meteen het einde van zijn cross. Van Aert stapte af, terwijl de wedstrijd zich verder ontrolde zonder een van de favorieten.
Toon Aerts reed in de openingsfase nog mee met Van Aert en Mathieu van der Poel, maar moest net voor halfweg passen. Op dat moment leek de kou nog beheersbaar, maar na de finish sloeg die genadeloos toe.
Aerts was na afloop duidelijk aangedaan door de omstandigheden. “Ik heb in de laatste twee rondes scheel gezien van de kou”, vertelde hij voor de camera’s. Vooral na de finish werd het afzien. “In die natte kledij wordt dat ineens een ijspak. Dan voel je pas hoe hard het vriest.”
Sportief mocht Aerts dan wel tevreden zijn met zijn tweede plaats, helemaal goed voelde het niet. Zelf gaf hij toe dat het resultaat deels in zijn schoot viel door de omstandigheden en het uitvallen van Van Aert.
F*CK. Duel gone. 😢 🇳🇱 Mathieu van der Poel could just avoid a crash in the Felipe Orts corner but 🇧🇪 Wout van Aert couldn't. It's Van Aert's first DNF ever in an Elite race. Hopefully his injury isn't too bad. 🍀pic.twitter.com/6e4U6os1IA
— Cyclocross24.com (@cyclocross24) January 2, 2026
Bezorgdheid om Van Aert
De focus lag bij Aerts vooral op zijn collega-renner. “Ik heb die tweede plaats een beetje gekregen”, erkende hij. “Dus laat ons hopen dat het meevalt met Wout van Aert.” Volgens Aerts was de impact van de valpartij zichtbaar. “We zagen ook de afdruk van waar hij gevallen was. Dat maakte dat we zelf ook geen extra risico’s meer wilden nemen in het zand.”
Stan Strubbe