Rond Remco Evenepoel blijft het voorlopig opvallend stil. De Belg besloot onlangs om niet meer in competitie te komen tot aan de Tour de France, waardoor het momenteel wat gissen blijft naar zijn vormpeil. Ondertussen schittert Jonas Vingegaard volop in de Giro d'Italia.
LEES OOK: Bakelants heeft wat recht te zetten over Jonas Vingegaard
Pogacar blijft de meesterDe kopman van Team Visma–Lease a Bike won al vier etappes en lijkt autoritair op weg naar de eindzege. Voor Jan Bakelants is dat reden genoeg om nu al vooruit te blikken naar het grote duel in de Tour.
Toch twijfelt Bakelants eraan of Vingegaard straks echt een vuist zal kunnen maken tegen Tadej Pogacar. “Ik ben er niet zeker van dat we een spannend duel met Pogacar krijgen in de komende Tour”, klinkt het bij HLN. “Ik vind de bezetting in deze Giro redelijk mak. En Pogacar kloppen… ik weet momenteel echt niet hoe je daaraan moet beginnen.”
Volgens Bakelants zegt dat echter vooral veel over het niveau van Pogacar, en minder over Vingegaard. De Deen blijft in zijn ogen nog steeds de absolute referentie achter de Sloveen in het grote rondewerk.
“Met die Giro-eindzege heeft Vingegaard opnieuw een streepje voor op de andere mannen die Pogacar willen proberen te kloppen, zoals Remco Evenepoel en Paul Seixas”, aldus Bakelants.

Evenepoel ziet afstand vergroten
Daarom is zijn conclusie duidelijk: “Tot dusver is hij nog altijd de échte nummer twee in het rondewerk. Er is niemand die zich naast hem kan zetten.”
Ook voor Evenepoel ziet Bakelants het daardoor niet eenvoudiger worden. Integendeel zelfs: doordat Vingegaard een bijzonder sterk en zorgeloos seizoen 2026 afwerkt, vreest hij dat de kloof opnieuw groter geworden is.
“We hopen allemaal dat Evenepoel de achterstand op Vingegaard minstens kan verkleinen”, besluit Bakelants. “En misschien kan Seixas ooit dat niveau halen, zeker na wat we in Luik gezien hebben. Maar de realiteit is dat dat absoluut niet evident wordt. Je kan er simpelweg niet omheen dat Vingegaard nog steeds de tweede beste klimmer van het peloton is.”
Kevin De Jonghe