Taylor Phinney heeft voor een van de meest opmerkelijke comebacks van het wielerseizoen gezorgd. De inmiddels 36-jarige Amerikaan, die in 2019 op amper 29-jarige leeftijd een punt achter zijn professionele carrière zette, heeft zijn rentree gemaakt op het WK baanwielrennen in Shanghai. Zestien jaar na zijn laatste optreden op een wereldkampioenschap op de piste stond de voormalige wereldkampioen opnieuw tussen de absolute wereldtop, waarbij hij meteen liet zien dat zijn ambities verder reiken dan alleen een nostalgische terugkeer.
Phinney gold jarenlang als een van de grootste talenten van het Amerikaanse wielrennen en leek voorbestemd voor een indrukwekkende carrière. Op de piste veroverde hij in 2009 en 2010 de wereldtitel op de individuele achtervolging, waarna hij ook op de weg zijn kwaliteiten nadrukkelijk liet zien. Zo won hij in 2012 de openingstijdrit van de Giro d’Italia en veroverde hij later dat jaar een zilveren medaille op het WK tijdrijden, waarmee hij definitief zijn naam vestigde tussen de beste tijdrijders ter wereld.

Toch verliep zijn carrière uiteindelijk anders dan verwacht. De Amerikaan kreeg gedurende zijn loopbaan met verschillende fysieke tegenslagen te maken en besloot in 2019, op slechts 29-jarige leeftijd, definitief afscheid te nemen van het professionele wielrennen. Hij richtte zich vervolgens op andere interesses, waaronder kunst en muziek, terwijl hij later ook weer af en toe op de fiets stapte voor gravelwedstrijden. Een terugkeer naar het hoogste niveau leek lange tijd uitgesloten, maar daar kwam dit jaar plotseling verandering in.
Olympische droom brengt Phinney terug op de fiets
De aanleiding voor zijn verrassende comeback was een gesprek over de Olympische Spelen van Los Angeles in 2028. Aanvankelijk beschouwde Phinney het idee om opnieuw deel te nemen aan de Spelen vooral als een grap, maar naarmate de tijd verstreek, begon de gedachte steeds serieuzere vormen aan te nemen. De Amerikaan realiseerde zich dat hij mogelijk nog altijd over de kwaliteiten beschikte om een bijdrage te leveren aan de Amerikaanse baanselectie, waarna hij besloot om zijn kansen daadwerkelijk te onderzoeken.
In februari sloot hij zich opnieuw aan bij het Amerikaanse baanprogramma en begon hij aan een intensieve voorbereiding op zijn terugkeer. Daarbij moest Phinney zich niet alleen fysiek opnieuw aanpassen aan de eisen van het baanwielrennen, maar ook zijn plaats zien te verdienen binnen een nationale selectie die de afgelopen jaren een flinke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zijn inspanningen werden enkele maanden later al beloond, toen hij samen met Anders Johnson, Colby Lange en David Domonoske de Amerikaanse titel op de ploegenachtervolging veroverde.
Met die nationale titel op zak mocht Phinney zich vervolgens opmaken voor het WK baanwielrennen in Shanghai, waar hij voor het eerst sinds 2010 opnieuw op het internationale toneel verscheen. Een medaille zat er bij zijn rentree niet in, maar de Amerikaan wist wel degelijk een verdienstelijk niveau te halen. Met de Amerikaanse ploeg bereikte hij de eerste ronde van de ploegenachtervolging, waarin Frankrijk uiteindelijk te sterk bleek, terwijl hij individueel nog nadrukkelijker zijn kwaliteiten liet zien.
Persoonlijk record op WK, maar grote doel ligt in 2028
Op de individuele achtervolging reed Phinney namelijk een nieuw persoonlijk record van 4.05,529, waarmee hij uiteindelijk op de achtste plaats eindigde. Hoewel dat niet voldoende was om mee te strijden om de medailles, betekende het voor de Amerikaan een belangrijke bevestiging dat hij ook op 36-jarige leeftijd nog uitstekend kan meekomen op het hoogste niveau. Zijn prestatie kreeg bovendien extra betekenis doordat hij jarenlang niet meer op een internationale wielerbaan in actie was gekomen en pas enkele maanden geleden opnieuw serieus met de discipline begon.
Het wereldkampioenschap in Shanghai vormt voor Phinney echter vooral een tussenstation richting een veel groter doel. De Amerikaan hoopt zich met de nationale ploeg te kwalificeren voor de Olympische Spelen van Los Angeles in 2028, waar hij op veertigjarige leeftijd mogelijk opnieuw om de medailles kan strijden. Die ambitie heeft bovendien een bijzondere persoonlijke betekenis, aangezien de stad waar de volgende Spelen plaatsvinden een belangrijke rol speelt in de geschiedenis van zijn familie.
Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles veroverde zijn moeder Connie Carpenter namelijk de gouden medaille in de wegwedstrijd, terwijl zijn vader Davis Phinney destijds brons pakte op de ploegentijdrit. Meer dan veertig jaar later hoopt hun zoon op dezelfde locatie opnieuw olympische geschiedenis te schrijven, al zal hij daarvoor de komende twee seizoenen nog flinke stappen moeten zetten.
Met zijn rentree op het WK heeft Phinney in ieder geval een belangrijke eerste stap gezet richting dat bijzondere doel. Waar zijn wielercarrière zeven jaar geleden definitief voorbij leek, staat de Amerikaan inmiddels opnieuw tussen de beste baanwielrenners ter wereld. Zijn achtste plaats op de individuele achtervolging toont aan dat zijn terugkeer niet uitsluitend om het verwezenlijken van een persoonlijke droom draait, maar dat hij ook sportief nog altijd iets te bieden heeft.
WN Redactie