Zondag zullen Wout van Aert en Remco Evenepoel het samen moeten doen. Over hun band bestond in het verleden al eens wat twijfel. Twee hanen op één erf, weet u wel. Maar hoe zit het daar vandaag eigenlijk mee?
Want in Montréal kan er mogelijk opnieuw een explosieve situatie ontstaan. Beide Belgen willen wereldkampioen worden en lijken deze keer ook in elkaars vaarwater terecht te kunnen komen. De verstandhouding is dan ook maar beter goed.
LEES OOK: Evenepoel spreekt klare taal: "Of het eens aan Wout is?"
Van Aert danst erom heenVan Aert kreeg op zijn persconferentie de vraag hoe het momenteel zit met de band tussen hem en Evenepoel. “Die band is dezelfde voor mij als de vorige jaren. Ik kan zeggen dat ik Remco nog meer ontspannen vind dan bij vorige WK’s”, danste hij handig om de vraag heen. “We hebben een goeie groep en hebben al een hele leuke week gehad.”
Vrienden of niet, iedereen zal zondag opnieuw naar België kijken. Dat is Van Aert intussen gewend. “Dat is het liedje dat elk jaar terugkeert. Je wordt in die favorietenrol geduwd.” Volgens de Kempenaar hebben we dat ook te danken aan… Evenepoel.
“Zolang Remco iedereen naar huis rijdt in de tijdrit, komt dat telkens terug. Want dat onthouden de mensen als laatste”, merkt Van Aert op. “Als ik de Fransen was, zou ik net hetzelfde zeggen.”

Evenepoel over Leuven
Ook Evenepoel werd gepolst naar zijn band met Van Aert. Daarbij denkt menig wielerfan vrijwel meteen terug aan het WK van 2021, toen het niet bepaald leek te vlotten tussen beide. Iets wat de renner zelf eigenlijk niet goed begrijpt.
“Leuven komt heel vaak terug, maar niemand heeft daar toch een fout gemaakt? Ik snap de kritiek daarover niet altijd. Kijk die koers opnieuw: Wout heeft me daar één ding gevraagd en dat heb ik ook gedaan”, is Evenepoel zeker.
Evenepoel dicht zichzelf overigens meer kansen toe in Montréal. “Als je puur naar het parcours kijkt, ligt dit mij beter. Maar Wout is één van de grote talenten van zijn generatie. Op een uitzonderlijke dag kan hij grote dingen doen en hier ook heel ver geraken”, besloot Remco.
Kevin De Jonghe