Remco Evenepoel zette in Montréal iedereen op ruime afstand tegen de klok, maar volgens Chris Horner mag daar richting de WK-wegrit niet zomaar alles uit worden afgeleid. De Amerikaan kijkt vooral naar wat er zondag na meer dan 250 kilometer zal gebeuren.
LEES OOK: Bakelants denkt aan giga-verrassing op WK: "Kan wereldkampioen worden"
Andere namen vallen opHorner vindt het allereerst interessanter om de prestaties van onder meer Isaac Del Toro en Paul Seixas onder de loep te nemen. De twee klimmers hielden de schade tijdens de tijdrit relatief beperkt en gaven daarmee volgens hem een duidelijk signaal over hun huidige vorm.
“Leg niet te veel nadruk op de individuele tijdrit, maar let wel op wat andere mannen als Paul Seixas en Isaac Del Toro deden. Zij verloren relatief weinig tijd op Evenepoel en lieten zien dat ze in geweldige vorm zijn.”
Voor Evenepoel werkt een tijdrit volgens Horner bovendien anders dan voor renners die minder gespecialiseerd zijn in het werk tegen de klok. “In mijn tijd wist ik dat ik tijd ging verliezen in de tijdritten, maar soms won ik. Als ik in heel, heel goede vorm was, dan kon ik ook tijdrijden. Voor tijdritspecialisten werkt het andersom. Ze winnen altijd de tijdritten, maar moeten in topvorm zijn om in de wegrit te winnen.”

Meer dan 250 kilometer
De Amerikaan wijst vervolgens op de mindere momenten die Evenepoel eerder liet zien en vraagt zich af hoe zijn benen zullen reageren op de veel langere inspanning van zondag. Ook de beklimming uit de GP Montréal komt opnieuw terug, maar ditmaal binnen een wedstrijd van meer dan 250 kilometer.
“We zullen zien of de vorm van de tijdrit gewoon een teken was dat hij een tijdritspecialist was, of dat hij echt in topvorm is. Heeft hij de benen om meer dan 250 kilometer te knallen op het parcours van Montréal?”
Horner haalt daarbij ook het vorige WK aan. “Vorig jaar werd hij op dominante wijze wereldkampioen tijdrijden, maar hij kon Tadej Pogacar - en de andere renners voor hem - niet volgen. Dat was met ruim honderd kilometer te gaan.”
Voor Horner blijft er daardoor één vraag overeind: kan Evenepoel zijn indrukwekkende niveau tegen de klok zondag ook doortrekken wanneer de afstand, het koersverloop en de opeenvolgende beklimmingen een heel andere wedstrijd opleveren?
Stan Strubbe