Wie zondag verwacht dat Nederland de verantwoordelijkheid voor de WK-wegrit naar zich toe zal trekken, komt volgens Mathieu van der Poel bedrogen uit. De Nederlander rekent op een bijzonder open wedstrijd en maakt vooraf al duidelijk dat andere landen niet naar zijn ploeg hoeven te kijken om de koers in handen te nemen.
LEES OOK: De Cauwer haalt plots stevig uit richting Lefevere: “Waar zit hij nu?”
Duizend scenario'sVan der Poel werkte donderdag voor het eerst enkele rondes af op het parcours in Montréal. Veel nieuwe inzichten leverde dat niet op. “Of ik wijzer ben geworden van de verkenning? Niet echt. Het is gewoon een lastige omloop. Waarschijnlijk net op de limiet.”
Het ontbreken van Tadej Pogacar kan volgens hem een grote invloed hebben op het wedstrijdverloop. Zonder de Sloveen ziet Van der Poel een veel bredere groep renners die zal geloven in een kans op de regenboogtrui.
“Ik denk dat het op elk moment in het parcours kan gebeuren en dat er ook veel renners gaan zijn die voorsprong gaan proberen te pakken. Zeker omdat Pogacar er niet bij is, denk ik dat veel renners zichzelf als kanshebber zien. Dat gaat de koers ook veranderen.”
Nederland is alvast niet van plan om al die bewegingen voortdurend aan banden te leggen. “Wij gaan niet controleren," waarschuwt Van Der Poel. "Ik denk dat andere landen daar beter geschikt voor zijn. Dan denk ik aan bijvoorbeeld Frankrijk en Amerika.”

Van der Poel opnieuw lichter
Zelf wil hij evenmin prijsgeven op welk moment hij zijn kaarten op tafel zal leggen. De afwezigheid van oortjes en de tactische chaos die daarbij kan ontstaan, ziet hij eerder als een voordeel dan als een probleem.
“Hoe ik het ga aanpakken, ga ik in de koers zelf beslissen. Dat ligt ook aan de situatie en de benen op dat moment, maar dat maakt zo'n WK juist mooi: dat het zo onvoorspelbaar is. Zeker zonder oortjes, maar ook dat gaat me goed af.”
Fysiek heeft Van der Poel ondertussen opnieuw een aanpassing gedaan met het oog op het vele klimwerk. “Ik ben wel weer wat lichter dan dat ik in het voorjaar ben, maar dat is altijd zo. Hoe ik dat doe? Vooral iets minder eten, maar ook meer trainen.”
Stan Strubbe