Jarno Widar heeft zijn eerste week in een grote ronde zondag afgesloten met een knappe zevende plaats op de Alto de Aitana. De 20-jarige Belg bewees daarmee opnieuw dat hij bergop uitstekend mee kan met de beste renners, al was hij na afloop opvallend kritisch op het koersverloop. Widar had naar eigen zeggen zelfs een “k*tdag” achter de rug, maar wist uiteindelijk wel met een positief gevoel richting de rustdag te trekken.
De renner van Red Bull-BORA-hansgrohe zat lange tijd niet bepaald comfortabel in de wedstrijd en was regelmatig achteraan het peloton te zien. Daar had Widar echter een duidelijke verklaring voor. “Het was een beetje een k*tdag. Ik vond persoonlijk dat ze niet hard genoeg reden op die beklimmingen onderweg. We zaten nog met honderd man samen. Dat vond ik redelijk vervelend”, klonk het bijzonder rechtuit.
Op de slotklim veranderde het beeld. Daar voelde Widar dat er wel degelijk iets mogelijk was en besloot hij vooral zijn eigen tempo te volgen. “Op de slotklim voelde ik wel dat ik oké was. Ik bleef erin geloven en koos telkens mijn eigen tempo.”

LEES OOK: "Interesseert me geen kl*ten!": Widar zet (nogmaals) puntjes op de i
Widar kiest opvallende tactiekDat Widar niet voortdurend vooraan in het peloton zat, was volgens hem bovendien deels een bewuste keuze. De Belg weet dat de klassementsmannen hem niet zomaar ruimte zullen geven, zeker omdat hij zelf nog geen bedreiging vormt voor de topposities in het algemeen klassement. “Het was misschien beter om telkens iets verder vooraan te zitten. Ik snap ook wel dat de klassementsmannen me er niet tussen laten omdat ik niet hoog in het klassement sta. Ik wil me ook niet bemoeien om daar in de weg te rijden.”
Daarom besloot Widar het anders aan te pakken. “Als ik dan een gat moet laten, is dat redelijk vervelend voor hen. Daarom heb ik ervoor gekozen om van achteruit iedereen in te halen.” Een opmerkelijke tactiek, maar eentje die op de Alto de Aitana uiteindelijk wel zijn vruchten afwierp.
Zevende plaats
In de slotfase moest Widar nog wel een moeilijke afweging maken. De jonge Belg wilde proberen mee te dingen naar de overwinning, maar wist dat hij daarvoor zijn eigen tempo even moest loslaten. “Alleen in de laatste drie kilometer moest ik proberen te gokken om mee te strijden voor de overwinning. Dat bekoop ik me volledig in de laatste kilometer door een beetje stil te vallen.”
Widar kwam uiteindelijk als zevende over de finish en kan zo terugblikken op een eerste week met de nodige ups en downs. Voor een renner die bezig is aan zijn allereerste grote ronde is het in ieder geval een veelbelovende eerste kennismaking met het leven over drie weken koers.

Na negen opeenvolgende dagen koers kan ook Widar wel wat rust gebruiken. “Maar we zijn wielrenners en moeten soms ook drie weken na elkaar trainen.” Het antwoord vat misschien wel perfect samen dat de jonge Belg nog altijd met voldoende energie aan zijn eerste Vuelta bezig is. Met een zevende plaats op de Alto de Aitana heeft hij bovendien opnieuw laten zien dat er bergop rekening met hem moet worden gehouden.
WN Redactie