Een bijzonder vreemde elfde etappe in de Tour de France woensdag, en dan zeker de finale. Soren Waerenskjold toonde zich de sterkste, Jasper Philipsen werd gedeclasseerd, en dan toch weer niet. Tim Merlier was dan weer nergens te bespeuren.
LEES OOK: Roodhooft wijst cruciaal moment aan na nieuwe misser van Philipsen
Alles of nietsEen verrassing toch nadat de Quick-Step-renner de vorige twee sprints met sprekend gemak naar zijn hand had gezet. De atypische finale zorgde er echter voor dat Merlier niet in het stuk voorkwam. Zo vertelde hij zelf na de wedstrijd.
"Dan is het een beetje casino. Ik wou een keer of 3-4 aangaan, maar ik moest me telkens overeind houden”, sprak hij over een hevig gevecht tegenover Sporza. Ik heb mijn sprint niet kunnen rijden, dan blijf je gefrustreerd achter."
"Ik was Jasper (Stuyven, red.) kwijtgeraakt en dan is het een loterij. Op het moment dat ze in gang schoten, wist ik dat het alles of niets ging zijn.” Uiteindelijk werd het dus niets, jammer genoeg voor de West-Vlaming.

Frustratie bij Merlier
Uit de woorden van Merlier valt duidelijk op te maken dat er flink wat geduwd en getrokken werd, iets wat Philipsen dus bijna zijn derde plaats kostte door declassering.
“Iedereen vecht voor zijn plek en dan moet je kiezen of je het risico wil nemen om door te duwen en tegen de grond te gaan. Dat wil je ook niet”, koos Merlier zelf eieren voor zijn geld. Uiteindelijk bleef de sprint ook gespaard van valpartijen.
"Dan hoop je dat je ruimte krijgt. Als ik die had gekregen, was er zeker wat mogelijk geweest. 3 of 4 keer heb ik moeten remmen, veel meer kan ik daar niet over zeggen", was er duidelijk wel sprake van irritatie bij Merlier.
Kevin De Jonghe