Er stond dinsdag alweer geen maat op Tadej Pogacar in de tiende rit van de Tour de France. De wereldkampioen stoomde door naar wat alweer zijn derde ritzege was, al bleek niet iedereen daar even gelukkig mee.
LEES OOK: Evenepoel komt met verklaring voor plotse inzinking
Spiegelen aan DjokovicPogacar was dus zijn dominante zelve, een gegeven waar sommige wielerfans het toch wel moeilijk mee hebben. De oppermacht van de Sloveen stoot ook velen tegen de borst, en dat kreeg Pogacar dinsdag nog eens te horen. Zo stelde hij dat er flink wat fluiconcerten vielen te horen onderweg.
“Haters gonna hate”, lachte hij eens groen. “Als ze mij uitfluiten, doen ze dat eigenlijk voor heel het peloton. We weten niet eens voor wie ze roepen, want we passeren allemaal samen.”
Om vervolgens uit de doeken te doen hoe hij zichzelf dan oppept. “Als het gebeurt, denk ik altijd aan de mentaliteit van Novak Djokovic. Hij had een lastige carrière met veel haters, simpelweg omdat hij de allergrootste is. Ik spiegel me op zulke momenten aan hem.”

Olie op het vuur
Zo kregen we dus een zeldzaam kritische Pogacar te zien in Le Lioran, maar tegelijkertijd vergat hij ook de fans met goede bedoelingen niet. “In 99 procent van de gevallen worden we fantastisch aangemoedigd. Wielerfans zijn de beste ter wereld”, sprak hij…
…om vervolgens toch af te sluiten met een prik naar de fluiters. “Maar die mensen die toch boe roepen? Zij geven enkel een grotere boost aan mij en mijn ploegmaats. Ze gooien olie op het vuur.”
Kevin De Jonghe