Jonas Vingegaard heeft in de elfde etappe opnieuw tijd verloren op Tadej Pogacar. De Deen kon de beslissende aanval van de Sloveense wereldkampioen op de Col de Pertus niet beantwoorden en moest in de slotfase ook zijn medevluchters laten rijden. Toch hield de kopman van Visma | Lease a Bike na afloop een positief gevoel over aan zijn prestatie.
“Toen Tadej versnelde, wist ik meteen dat ik mijn eigen tempo moest rijden”, vertelde Vingegaard na afloop. “Vanaf dat moment werd het eigenlijk een individuele tijdrit tot aan de finish.”
LEES OOK: Pogacar slaat opnieuw keihard toe, Evenepoel knokt zich sterk terug
“Ik moet die jongens bedanken”Na de aanval van Pogacar vond Vingegaard aansluiting bij een groep met onder anderen Remco Evenepoel, Florian Lipowitz, Juan Ayuso en Paul Seixas. De Deen nam daarin lange tijd zelf het initiatief in de achtervolging. “In die groep heb ik gelukkig hulp gekregen van de andere jongens. Ze hebben me op de beklimmingen goed ondersteund en daar ben ik ze dankbaar voor.”
Op de steilere slotstroken moest Vingegaard zijn medevluchters uiteindelijk alsnog laten gaan, waardoor hij opnieuw enkele kostbare seconden verloor in de strijd om het podium. “Dat frustreert me eigenlijk niet. Die andere renners hebben onderweg ook veel werk gedaan. Toen het op het einde echt steil werd, heb ik gewoon mijn eigen tempo gekozen en begonnen zij te sprinten.”

“Ik kijk uit naar de langere beklimmingen”
Ondanks het nieuwe tijdsverlies zag Vingegaard ook voldoende positieve signalen. “Al met al was het best een goede dag. Dit soort korte, explosieve beklimmingen ligt mij nu eenmaal minder goed.”
De tweevoudig Tourwinnaar kijkt dan ook met vertrouwen uit naar de zware bergetappes die nog volgen. “Het had vandaag zeker slechter kunnen aflopen. Ik verlies de schade beperkt en ik merk dat mijn benen steeds beter worden. Daarom kijk ik vooral uit naar de langere beklimmingen die nog komen.”
WN Redactie