Wie Tadej Pogačar, Jonas Vingegaard, Remco Evenepoel, Jasper Philipsen, Paul Seixas of Isaac del Toro in zijn Tourpool wil zetten, heeft daar geen uitgebreide uitleg voor nodig. Dat zijn de logische fundamenten. Duur, populair en vrijwel overal volop geselecteerd. Maar een Tourpool win je zelden alleen met de namen die iedereen al heeft.
Het verschil zit meestal in de renners die voor weinig budget een ontsnapping mogen kiezen, op een lastige overgangsrit plots in de top vijf eindigen of als tweede man binnen een ploeg onverwacht een klassement begint te rijden. Zeker in deze Tour liggen er veel van dat soort kansen. De ploegentijdrit in Barcelona, de vele heuvelritten en een loodzware slotweek bieden ruimte aan meer dan alleen de absolute sterren.
Deze tien renners zijn daarom geen veilige keuzes. Sommigen zullen knechten, anderen moeten de juiste vlucht treffen en een paar debuteren zelfs in de Tour. Maar allemaal hebben ze een duidelijke reden om interessant te zijn: vorm, vrijheid, een parcours dat past of een ploeg waarin een plan B zomaar plan A kan worden.

LEES OOK: Lidl-Trek krijgt vlak voor Tourstart stevige tegenvaller te verwerken
De klimmers die veel meer kunnen zijn dan alleen knechtMatthew Riccitello
Matthew Riccitello is misschien wel de interessantste naam uit de hele lijst. De Amerikaan eindigde vorig jaar als vijfde in de Vuelta a España en pakte daar ook de witte jongerentrui. Dat was geen toevalstreffer: Riccitello bevestigde zijn ontwikkeling dit voorjaar door de Tour du Jura te winnen.
In de Tour rijdt hij bij Decathlon CMA CGM vooral in de schaduw van Paul Seixas. De Franse superbelofte is de kopman voor het klassement, maar precies daarin schuilt de waarde van Riccitello. Een eerste grote ronde blijft voor Seixas een sprong in het onbekende. Krijgt de negentienjarige Fransman een slechte dag, dan heeft Decathlon in Riccitello ineens een renner die zelf voor een top tien kan gaan.
Dat maakt hem als poolkeuze interessant op meerdere fronten. Hij kan hoog eindigen in bergritten, eventueel de witte trui aanvallen en als luxeoptie in het klassement overeind blijven. Riccitello is geen aanvaller die iedere dag op avontuur trekt, maar juist een renner die in de derde week nog veel waardevoller kan worden dan in Barcelona wordt verwacht.

Georg Steinhauser
Georg Steinhauser heeft al een Giro-rit op zijn palmares, maar krijgt in 2026 de kans om zijn naam ook in de Tour te vestigen. De Duitser maakte dit voorjaar grote indruk met een derde plaats in Parijs-Nice. Hij won daar bovendien het jongerenklassement, in een rittenkoers waarin hij zich regelmatig tussen de beste klassementsrenners handhaafde.
EF Education-EasyPost reist niet naar de Tour met één renner die koste wat kost een top vijf moet verdedigen. Richard Carapaz en Ben Healy willen ritten winnen, de ploeg wil aanvallen en dat is precies het decor waarin Steinhauser uitstekend past. Hij kan lang klimmen, is sterk genoeg om een vlucht te overleven en heeft de inhoud om op een zware aankomst nog mee te doen.
Voor poolspelers is hij vooral interessant omdat hij niet vastzit aan één scenario. Hij kan punten halen als helper van Carapaz, maar ook zelf een bergrit uitkiezen. En wanneer EF Education-EasyPost de koers echt openbreekt, is Steinhauser een van de renners die vanuit de achtergrond ineens een enorme uitslag kan rijden.

Emiel Verstrynge
Bij Alpecin-Premier Tech gaat de aandacht in de eerste week vanzelfsprekend naar Mathieu van der Poel en Jasper Philipsen. Dat betekent echter ook dat de ploeg in de heuvels en bergen ruimte heeft voor andere renners. Emiel Verstrynge is precies zo’n naam die daarvan kan profiteren.
De Belg maakte in 2026 een enorme stap. Hij werd vijfde in de Amstel Gold Race en vierde in Luik-Bastenaken-Luik, uitslagen die tonen dat hij niet alleen een talentvolle klimmer is, maar ook in een harde finale tussen de beste punchers kan standhouden. In de Tour heeft hij geen klassementsverplichtingen en geen sprintkopman die hij in de laatste kilometers moet afzetten.
Dat biedt perspectief voor de middelzware etappes, de heuvelritten en vluchten waarin een renner met een goede punch nodig is. Verstrynge zal niet iedere dag punten pakken, maar heeft het profiel om op precies die etappes te scoren waarop veel poolspelers de verkeerde renners opstellen. Als hij goedkoop geprijsd is, kan hij een heerlijke differentiator worden.

Twee keer Caja Rural, twee keer een volwaardig verhaal
Sebastian Berwick
Caja Rural-Seguros RGA debuteert in de Tour de France en dat betekent maar één ding: aanvallen. De Spaanse ploeg heeft geen kandidaat voor de gele trui en geen absolute topsprinter die in vijf massasprints moet worden beschermd. Iedere heuvelrit en elke bergetappe is dus een kans om iemand vooruit te sturen. Sebastian Berwick is daarvoor de aangewezen man.
De Australiër beleeft zijn beste seizoen tot dusver. Hij werd zesde in de Tour of Oman, zevende in Milaan-Turijn, won vervolgens de Ronde van Turkije en eindigde in juni als vijfde in de Ronde van Slovenië. Berwick heeft daarmee bewezen dat hij niet alleen een eendagsvlucht kan overleven, maar ook een week lang hoog kan meeklimmen.
Zijn Tour kan twee kanten op. Hij kan zich eerst stilhouden en proberen een degelijk klassement te rijden, maar veel waarschijnlijker is dat Caja Rural hem vrijheid geeft zodra de bergetappes beginnen. Berwick kan op lange beklimmingen mee in een sterke vlucht en heeft genoeg snelheid om daar ook echt een uitslag uit te halen. Voor een lage prijs is hij een van de aantrekkelijkste klimgokken van deze Tour.
José Félix Parra Cuerda
José Félix Parra Cuerda is misschien nog minder bekend dan Berwick, maar zijn voorbereiding is minstens zo interessant. De Spanjaard reed in juni naar een knappe negende plaats in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes, op ruim zes minuten van winnaar Isaac del Toro. In een koers met onder anderen Seixas, Ayuso, Uijtdebroeks en Skjelmose bleef Parra gewoon overeind.
Dat is precies waarom hij in een pool interessant is. Parra is geen renner die alleen goed is wanneer een vlucht tien minuten krijgt. Hij kan ook echt klimmen met een stevig tempo in het peloton. Caja Rural heeft geen reden om hem drie weken lang anoniem mee te laten rijden, waardoor hij op zware overgangsetappes en bergritten veel vrijheid moet krijgen.
Voor een klassement zal het waarschijnlijk te lastig worden, maar dat hoeft ook helemaal niet. Parra kan in een juiste ontsnapping een top vijf rijden, bergpunten sprokkelen en op dagen met veel hoogtemeters hoog eindigen. Hij is een typische keuze die in twee weken niets lijkt te doen, om vervolgens op één dag je hele pool omhoog te trekken.

De Franse gokjes met ruimte voor een eigen koers
Joris Delbove
Joris Delbove is een naam die nog niet in iedere voorbeschouwing opduikt, maar wel degelijk een interessant verhaal heeft. De Fransman won vorig jaar de Tour of Langkawi en liet in juni opnieuw zien dat zijn klimbenen in orde zijn met een zesde plaats in La Route d’Occitanie.
TotalEnergies komt naar de Tour zonder uitgesproken favoriet voor een hoog klassement. Jordan Jegat is de sterkste kandidaat in de bergen, maar de ploeg heeft vooral ritwinst nodig. Delbove kan daardoor twee rollen combineren: eerst als steun voor Jegat en daarna, zodra de koerssituatie het toelaat, als aanvaller.
Dat maakt hem vooral waardevol in een spel waarin een goede daguitslag zwaar meetelt. Delbove heeft niet het profiel van een explosieve puncher, maar kan lange beklimmingen goed verteren en heeft bovendien weinig druk. Een Tourdebutant die alleen maar moet aanvallen, is vaak gevaarlijker dan een grote naam die zijn twintigste plek in het klassement wil beschermen.
Alex Baudin
Alex Baudin heeft dit jaar al bewezen dat hij weet hoe je een grote koers vanuit de vlucht naar je hand zet. De Fransman won de openingsetappe van de Tour Auvergne-Rhône-Alpes na een lange solo en hield een sterk uitgedund peloton knap van zich af. Het was de grootste overwinning uit zijn loopbaan, maar vooral een visitekaartje richting de Tour.
EF Education-EasyPost is de ploeg van Carapaz, Healy en Steinhauser, maar die overvloed aan aanvallers hoeft geen nadeel te zijn. Het betekent juist dat de tegenstand niet altijd weet wie er mee moet in de vlucht. Baudin is snel genoeg om een kleine groep te kloppen, sterk genoeg voor een langgerekte heuvelrit en heeft aangetoond dat hij niet bang is om vroeg te bewegen.
Hij is niet de meest veilige keuze, want EF heeft veel kapiteins voor de aanval. Maar Baudin is wel precies het soort renner dat in een Tour met veel geaccidenteerde ritten drie of vier keer in de buurt van een topuitslag kan komen. Eén ritzege of een paar top vijf-noteringen kunnen zijn prijs al ruimschoots rechtvaardigen.

Alex Aranburu
Alex Aranburu rijdt een uitstekend seizoen, maar wordt door veel spelers nog steeds gezien als een degelijke subtopper. Dat is gevaarlijk. De Bask won dit voorjaar een etappe in de Ronde van het Baskenland en sloeg in juni opnieuw toe in de koninginnenrit van de Baloise Belgium Tour. Hij sloot die wedstrijd ook af als derde in het eindklassement.
Cofidis heeft geen renner die drie weken lang voor een top tien gaat rijden. De Franse ploeg moet het dus hebben van rittenjacht, en dan is Aranburu misschien wel de beste kaart. Hij kan over heuvels, beschikt over een snelle sprint uit een kleine groep en is slim genoeg om een lastige finale goed te lezen.
De eerste Tourweek ligt hem bovendien uitstekend. Barcelona, de heuvelachtige finales en de ritten waarin sprintersploegen twijfelen of ze wel willen controleren: het zijn precies de dagen waarop Aranburu tot leven kan komen. Hij is geen pure klimmer, maar ook geen gewone sprinter. Daardoor is hij juist moeilijk te controleren en enorm aantrekkelijk als goedkope puntenpakker.

De renners die op meerdere soorten dagen kunnen scoren
Pablo Castrillo
Pablo Castrillo heeft het voordeel dat hij niet alleen in de bergen iets kan betekenen. De Spanjaard werd vlak voor de Tour nationaal kampioen tijdrijden en liet eerder dit seizoen al zien dat zijn vorm breder is dan alleen een goede dag op de fiets. In de Ronde van Romandië werd hij derde in een rit die door Pogačar werd gewonnen, terwijl hij in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes meermaals deel uitmaakte van een ontsnapping.
Bij Movistar is Cian Uijtdebroeks de man voor het klassement, maar de Spaanse ploeg heeft genoeg renners die zelf een rit mogen uitkiezen. Castrillo is daarvoor ideaal. Hij kan in de ploegentijdrit en individuele tijdrit punten pakken, maar ook in de bergen nog een vlucht overleven.
Zijn grote kwaliteit is dat hij niet op één soort rit hoeft te wachten. Waar een pure klimmer alleen in de Alpen echt tot zijn recht komt, kan Castrillo al vroeg in de Tour waarde hebben. In een pool met veel wisselmogelijkheden is dat goud waard, maar ook zonder transfers is hij een logische goedkope allrounder.

Ramses Debruyne
Ramses Debruyne is de minst bekende naam uit dit overzicht, maar misschien wel een van de leukste gokjes. De jonge Belg werd tweede in de openingsetappe van de Tour Auvergne-Rhône-Alpes, achter Alex Baudin, en reed zichzelf daarna ook naar een knappe dertiende plaats in het eindklassement.
Dat resultaat laat zien dat Debruyne niet alleen een eendagsrenner is. Hij kan een heuvelachtige rit goed verteren, klimt beter dan veel andere puncheurs en heeft nog weinig reden om zich in een Tour vast te klampen aan een klassement. Bij Alpecin-Premier Tech ligt zijn rol vooral op de dagen waarop Van der Poel en Philipsen niet vanzelfsprekend de kopman zijn.
Juist daarom is Debruyne interessant. Hij kan mee in een vlucht, een lastige finale overleven en profiteren van de chaos die ontstaat wanneer de grootste ploegen elkaar aankijken. Debruyne is vanzelfsprekend een risico, maar dat hoort bij een echte outsider. Wie hem kiest, doet dat niet voor een gegarandeerde vijftiende plaats, maar voor de kans op een uitschieter die bijna niemand anders heeft.

De beste poolselectie bestaat dus niet uit tien waaghalzen. Je hebt nog altijd renners nodig die iedere dag punten blijven pakken. Maar achter die veilige namen moet ruimte zijn voor een paar keuzes die niet bij iedereen in de ploeg staan.
WN Redactie