Hij kreeg vorige week een ferme tik te verduren, maar algemeen bekeken mogen we stellen dat de start van Remco Evenepoel bij Red Bull-Bora Hansgrohe toch al een succesverhaal is geweest. Hij lijkt die grote verandering dan ook goed te hebben verteerd, dat zal ook bij de ouders moeten gebeuren.
LEES OOK: Van der Haar komt plots met zéér mysterieuze boodschap
Leren loslatenWant ook voor moeder Agna Van Eeckhout en vader Patrick Evenepoel is het wennen nu hun zoon niet meer voor een Belgische ploeg rijdt. Zoveel liet die laatste noteren in een interview met Het Nieuwsblad. Daarin zegt vader Evenepoel dat hij nu al voelt dat de afstand groter is geworden.
Al is hun zoon uiteraard al lang geen groentje meer. Maar het loslaten van je zoon, is een leerproces, aldus Patrick. “We hebben dat moeten leren, absoluut. In het begin wilde ik mij er misschien te veel mee moeien. Maar wat wil je? Remco was negentien toen hij prof werd. Plus: ik had zelf in dat koersmilieu gezeten. Ik wist hoe sterk je moest zijn om daar in overeind te blijven”, zegt hij.
“Zeker vroeger werd je er zo gemakkelijk geflikt, waren er zoveel mensen die je niet kon vertrouwen. Vandaag is dat ongetwijfeld verbeterd. Maar automatisch ga je als ouders dan die beschermende rol opnemen.”

Eigenwijze grootheden
Niemand die het beter kan weten dan Patrick, al geeft hij meteen nog enkele andere bekende voorbeelden aan: “Ik stuur vaak een berichtje naar Adrie van der Poel. Het is bij hem net zo. In de beginfase bij Mathieu was hij er ook veel dichter bij betrokken. Als hij Mathieu nu nog eens raad geeft, is het direct van: ‘Wat weet jij daarvan?’”
Ook van de familie Nys kreeg Evenepoel sr al dergelijke signalen te horen. Goede raad werkt vaak averecht, oordeelt hij: “Onlangs zeiden Adrie (Van der Poel en Sven (Nys) het nog bij jullie in de krant: ‘Als we advies geven, doen ze precies het tegenovergestelde.’ Dat herken ik. Dan is de conclusie snel getrokken. ‘Ze zullen hun eigen plan wel trekken.’ Ik geef beter geen advies meer. En ik ga mij er al zeker niet meer mee moeien.”
Kevin De Jonghe