Johan Bruyneel is iemand die heden ten dage amper een blad voor de mond neemt. De ex-prof heeft zich nu recentelijk uitgelaten over het wielrennen in Spanje, dat volgens hem in een diepe put gevallen is...
De 61-jarige Vlaming doet dat als jarenlange inwoner van een stadje in de buurt van Madrid. In gesprek met Sporza wijst hij met afkeuring naar de structuur van het Spaanse wielrennen. Die ziet er volgens hem fragiel uit.
LEES OOK: Bruyneel komt met fikse waarschuwing richting Vingegaard
Slechts één WorldTour-team uit Spanje (Movistar)Immers, sinds Alberto Contador in 2015 de Giro d'Italia won, viel er daarna geen enkele Spaanse winnaar van een grote ronde meer op te tekenen. ''Het grootste probleem van Spanje op dit moment is het gebrek aan profploegen'', aldus Bruyneel.
''Op dit moment is er nog één WorldTour-ploeg: Movistar. En aan de basis wordt de piramide steeds smaller. Continentale ploegen en proteams: er zijn er steeds minder'', vervolgde de Belg, die ook een ander probleem ziet. ''En er zijn ook minder wedstrijden dan vroeger.''
Volgens Bruyneel ziet het Spaanse wielersysteem daardoor aan de grond. Het is zelfs iets wat hij zelf van dichtbij ervaart, daar zijn zoon zelf wedstrijden rijdt in Spanje en daar tegen een flink obstakel aanloopt: het gebrek aan koersmogelijkheden.
Een gebrek aan idolen in Spanje, zo meent Bruyneel
''Het is voor ouders een hele opgave om hun kinderen te laten koersen. Je moet eigenlijk heel Spanje rondreizen om wedstrijden te vinden'', stelt Bruyneel in dat kader. ''Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld België. Daar kan je koersen wanneer je wil.''
Daar komt een gebrek aan voorbeelden nog bij, vindt Bruyneel ten slotte. ''De jongeren moeten ook een idool hebben. Zoals Indurain, Delgado, Contador of Valverde. Op dit moment zijn er niet zo veel die een grote ronde kunnen winnen. Je hebt Pogacar en Vingegaard. Als die twee meedoen, kan er niemand anders winnen. Ik zie vooralsnog geen nieuwe Spaanse eindwinnaars rijden.''
Youri van den Berg