Remco Evenepoel hoeft zijn kaarten richting het WK in Montréal nauwelijks nog verborgen te houden. De Belg won meteen de GP de Québec, werd vervolgens vijfde op het bijna identieke WK-parcours in Montréal en beschikt straks ook nog eens over een ijzersterke Belgische ploeg. Met Tadej Pogacar bovendien afwezig lijken steeds meer puzzelstukken op hun plaats te vallen.
Evenepoel kroonde zich in 2022 al tot wereldkampioen op de weg, maar de situatie is vier jaar later behoorlijk veranderd. De Belg is explosiever geworden, heeft als kampioenschapsrenner inmiddels een enorme staat van dienst opgebouwd en lijkt op papier misschien wel beter bij Montréal te passen dan destijds bij Wollongong. De komende periode moet uitwijzen of hij dat ook daadwerkelijk kan verzilveren.

LEES OOK: Vraagtekens rondom Evenepoel richting WK: "Geen pijl op te trekken"
Parcours lijkt op maat van EvenepoelVooral het parcours spreekt in zijn voordeel. De Côte Camillien-Houde vormt telkens opnieuw het belangrijkste obstakel. De langere klim van ongeveer twee kilometer aan acht procent moet keer op keer worden bedwongen en kan na een lange wedstrijd zwaar beginnen door te wegen.
Juist daar lijkt een verschil te kunnen ontstaan met zwaardere klassieke types als Mathieu van der Poel en Wout van Aert. Evenepoel merkte na de GP de Montréal zelf al op dat de langere beklimming bijzonder lastig is voor de wat zwaardere renners.
Tegelijk is het parcours niet zo zwaar dat alleen pure klimmers kans maken. Tussen de hellingen liggen voldoende stukken waarop Evenepoel zijn aerodynamische kwaliteiten kan uitspelen. Krijgt hij ergens enkele meters, dan wordt het bijzonder lastig om hem weer terug te halen. Dat hij tegenwoordig ook vanuit een kleinere groep gevaarlijk is, bewees hij in Québec. Daar hoefde Evenepoel niet met zijn klassieke lange solo uit te pakken, maar klopte hij Giulio Ciccone in een sprint met twee.
Zijn vijfde plaats twee dagen later in Montréal zorgde wel voor een klein vraagteken. Evenepoel kon de beslissende aanval van Isaac Del Toro niet beantwoorden, maar gaf achteraf aan dat hij onvoldoende hersteld was van Québec en de reis tussen beide wedstrijden. Toch reed hij zich uiteindelijk nog naar plek vijf. Zijn conclusie was dan ook duidelijk: als dit een slechte dag was, viel de schade behoorlijk mee.
Voorbereiding zonder haast
Ook zijn voorbereiding verschilt sterk van eerdere kampioenschappen. Evenepoel kwam al op 9 september aan in Canada en heeft daardoor uitgebreid de tijd om aan het tijdsverschil te wennen. Dat is een groot verschil met het WK van 2022. Toen arriveerde hij na zijn eindzege in de Vuelta relatief laat in Australië. Toch pakte hij daar uiteindelijk de wereldtitel op de weg.

Ditmaal heeft hij veel minder koersdagen in de benen. Sinds zijn overwinning in de Clásica San Sebastián op 1 augustus reed hij voor zijn Canadese campagne lange tijd geen wedstrijd. Dat hoeft bij Evenepoel echter niet noodzakelijk een probleem te zijn. Eerder dit jaar keerde hij na een lange periode zonder competitie eveneens meteen op hoog niveau terug. Québec leverde bovendien direct het bewijs dat de motor draait.
En de GP Montréal had nog een ander voordeel: Evenepoel kon het WK-parcours alvast onder volledige wedstrijdbelasting leren kennen. Zelfs de nieuwe finale en de laatste bochten richting de oplopende aankomst heeft hij ondertussen kunnen testen.
België heeft meerdere kaarten
Dan is er nog de Belgische ploeg. Bondscoach Serge Pauwels trekt met Evenepoel én Van Aert als twee uitgesproken kopmannen naar Canada, maar heeft daarachter bijzonder veel kwaliteit verzameld. Tiesj Benoot, Alec Segaert, Quinten Hermans, Maxim van Gils, Thibau Nys en Gianni Vermeersch maken het achttal compleet. Daarmee heeft België zowel renners om de lange aanloop te controleren als mannen die diep in de finale nog aanwezig kunnen zijn.
De aanwezigheid van Van Aert kan voor Evenepoel bovendien een tactisch voordeel worden. Als zijn landgenoot in een achtervolgende groep zit, kunnen andere landen niet zomaar rekenen op Belgische hulp wanneer Evenepoel voorop rijdt. Een vergelijkbare situatie hielp hem in 2022 al op weg naar zijn wereldtitel.
Van Aert en Evenepoel benadrukken bovendien dat er vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt. Met de afwezigheid van koersradio's wordt die rolverdeling alleen maar belangrijker. En dan ontbreekt ook Pogacar nog. De Sloveen leek lange tijd een van de grootste obstakels voor België, maar zijn zware val in de Vuelta zette een streep door zijn WK.

Daarmee blijft er uiteraard genoeg concurrentie over. Del Toro won de GP Montréal, Paul Seixas werd tweede en ook Tom Pidcock liet de afgelopen weken zien uitstekend in orde te zijn. Van der Poel en Van Aert mogen evenmin worden afgeschreven.
Maar weinig renners kunnen richting zondag 27 september zoveel vinkjes zetten als Evenepoel. Het parcours past, de vorm is er, de acclimatisatie is ruim gepland en de Belgische ploeg behoort tot de sterkste blokken aan de start. Nu moet hij het 'alleen nog afmaken'.
WN Redactie