Nog zo’n anderhalve week te gaan, maar het is nu al reikhalzend uitkijken naar de wegrit op het WK in Montréal. De belangrijkste vraag daarbij: hoe ligt het parcours ervoor voor Wout van Aert en Mathieu van der Poel?
Maken zij daadwerkelijk kans op de wereldtitel? De tijd zal het uitwijzen, maar feit is dat het voor beide klassieke types toch op het randje zal zijn. Dat klonk al eerder en ook bondscoach Serge Pauwels bevestigt die inschatting.
LEES OOK: Pauwels heeft exacte WK-plan al klaar
Overleven is de boodschapDan gaat het vooral over de Côte Camillien-Houde, de klim op het plaatselijke parcours. Die is twee kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van zo’n acht procent. “Acht procent, dat is net over de grens van waar je in het wiel echt kan profiteren”, aldus Pauwels.
“Daarom is mijn inschatting dat klassieke types als Van Aert en Van der Poel op deze klim zullen moeten proberen te overleven, eerder dan zelf het verschil te maken. Echte klimmers, zoals Del Toro en Seixas, zullen hier proberen aan te vallen”, is Pauwels duidelijk. Voor Van Aert en Van der Poel wordt het dus vooral zaak om de klim te overleven.

De enigen in hun soort
Zwaar genoeg om het verschil te maken is het parcours volgens de bondscoach dus zeker. Zozeer zelfs dat het in het nadeel begint te werken van Van Aert en Van der Poel. “Bijna twee kilometer aan acht procent, dan spreken we echt wel over klimmen”, herhaalt Pauwels.
“Het is een parcours dat de lichtere renners dus beter ligt, maar de hele sterke klassieke types kunnen het ook aan als de omstandigheden gunstig zijn. Maar dan spreken we wel enkel over mannen als Wout, Van der Poel en Quinn Simmons, die gewoon zó goed zijn dat ze heel veel parcours aankunnen als ze in topvorm zijn.”
Voorts ziet de Belgische bondscoach maar weinig klassieke types in aanmerking komen voor de wereldtitel. Volgens hem zullen zij tekortschieten. “Voor pakweg een Trentin of Küng is dit wel te zwaar. Dan ligt het klimmers als Ciccone en Pellizzari veel beter”, besluit hij.
Kevin De Jonghe