De Giro d’Italia zorgde afgelopen zondag voor een verrassende ontknoping. Waar vrijwel iedereen rekening hield met een massasprint, slaagden vier vluchters er uiteindelijk in om het aanstormende peloton voor te blijven. Volgens wieleranalist Thijs Zonneveld was dat echter niet alleen te danken aan de kracht van de kopgroep.
LEES OOK: Vingegaard is gewaarschuwd: "Hij is op zijn best in week drie"
Niveau gestegenIn de podcast In De Waaier benadrukte Zonneveld dat het peloton zich niet simpelweg had misrekend. “Ze gaven maximaal twee minuten en er reden veel ploegen op kop. Als je een sterke groep vijf minuten geeft en je krijgt die niet terug, dan heb je het als peloton verprutst. Dat gebeurt tegenwoordig nog maar zelden”, aldus de Nederlander.
Volgens Zonneveld ligt een deel van de verklaring bij de almaar stijgende kwaliteit van het moderne profpeloton. Waar vroeger grote verschillen bestonden tussen toppers en knechten, zijn tegenwoordig ook de minder bekende renners fysiek uitzonderlijk sterk.
“De mindere renners zijn in dit tijdperk veel beter geworden”, stelde hij. Dat was volgens hem zondag duidelijk zichtbaar. Zowel in het peloton als vooraan werd er bijzonder hard gereden, waardoor de voorsprong van de vluchters verrassend lang standhield.

Motards spelen belangrijke rol
Toch ziet Zonneveld nog een andere mogelijke verklaring voor het succes van de vroege vlucht. Daarbij wijst hij naar een onderwerp dat volgens hem steeds vaker voor discussie zorgt in het wielrennen: de positie van motoren en volgwagens.
“Wat de laatste tijd steeds meer begint te steken, zijn motoren en auto's voor de kopgroep of voor het peloton”, zei hij. Volgens de Nederlander waren er tijdens de etappe momenten waarop motoren opvallend dicht voor de leiders reden.
En dan al zeker op dit parcours: “Met zo’n lokaal rondje is dat misschien nog veel meer aan de hand. Motoren willen beelden hebben en als je op een circuit rijdt met veel bochten, moeten ze dichterbij rijden”, aldus Zonneveld.
Tegelijkertijd benadrukte Zonneveld dat dergelijke beweringen niet te bewijzen zijn. “Er zijn veel mensen die dit denken, maar je kunt het natuurlijk niet aantonen. Er zijn heel weinig regels, zeker als het over motoren gaat.”
Kevin De Jonghe