Wout van Aert is nog steeds herstellende van zijn enkelblessure die hij opliep begin januari in de Zilvermeercross van Mol. Dat herstel verloopt best goed, al had de Kempenaar nu toch een eerder twijfelachtige update daaromtrent.
LEES OOK: Tim Merlier start seizoen met gigantische klap
Een gestaag herstelVan Aert zat na die valpartij al bijzonder snel terug op de fiets, wat uiteraard een goed teken was en meteen tot optimisme stemde. “Fietsen ging wonderbaarlijk snel alweer, maar echt trainen kostte wel wat tijd”, liet hij vorige week nog optekenen bij de podcast van Live Slow, Ride Fast.
Zijn revalidatie bleef nadien gestaag verlopen. “De zwelling wordt steeds minder. Wandelen is bijna normaal en op de fiets kan ik alweer een beetje optrekken na de bochten. Ik word stilaan weer een normaal mens. Maar ik ben er nog wel elke dag mee bezig.”
Van Aert liet daarmee al verstaan dat er toch nog steeds tijd geboden is om tot volledig herstel te komen. Trainen op explosiviteit of sprinten lukt dan ook nog niet. Iets wat hij nu opnieuw wist aan te halen.

Tijd begint te dringen
“Ik heb al trainingsritten van vijf à zes uur kunnen fietsen, maar ik kan nog niet alle trainingen afwerken zoals ik wil. Sprinten of echt aan de pedalen trekken zoals tijdens maximale inspanningen is nog niet mogelijk”, klonk het immers afgelopen zaterdag in de fietswinkel van Niels Albert, waar hij deel uitmaakte van een panelgesprek.
En dat gegeven stemt nu toch stilaan tot nadenken. Van Aert zou op dat vlak toch stilaan flinke stappen moeten maken wil zijn seizoensstart niet in gevaar komen. “Dat is niet ideaal en de tijd tikt in mijn nadeel”, stelde hij veelzeggend. “Maar beter zo dan niks te kunnen doen.”
De renner van Visma-Lease a Bike trekt overigens vanaf woensdag met de ploeg op een hoogtestage van drie weken. Daarna zou Van Aert volledig in orde moeten kunnen zijn, wil hij aan de start komen van De Omloop Het Nieuwsblad. Die traditionele opener staat gepland voor 28 februari.
Kevin De Jonghe