Tadej Pogačar heeft de afgelopen jaren het internationale wielrennen gedomineerd, maar volgens Tour de France-directeur Christian Prudhomme is het allerminst vanzelfsprekend dat de Sloveen in 2027 opnieuw zijn vertrouwde topniveau bereikt. De vijfvoudig Tourwinnaar kwam afgelopen zomer zwaar ten val in de Vuelta a España en moest daardoor de rest van zijn seizoen laten schieten. Prudhomme vraagt zich vooral af welke gevolgen het incident zal hebben voor de manier waarop Pogačar koerst, waarbij hij een opvallende vergelijking maakt met wielerlegende Eddy Merckx.

De presentatie van het parcours voor de Tour de France van 2027 stond donderdag grotendeels in het teken van de mogelijkheden voor de belangrijkste klassementsrenners. Met twee individuele tijdritten over in totaal 71 kilometer en relatief weinig aankomsten bergop lijkt de organisatie een parcours te hebben uitgetekend waarop onder anderen Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard hun kansen kunnen grijpen. Toch zal ook Pogačar volgend jaar opnieuw tot de belangrijkste kandidaten voor de eindoverwinning behoren, al vraagt Prudhomme zich af of de Sloveen na zijn zware valpartij nog altijd over dezelfde kwaliteiten zal beschikken.
Tijdens de achtste etappe van de Vuelta ging het voor de kopman van UAE Team Emirates-XRG helemaal mis, toen hij door een grote steen op het parcours ten val kwam. Pogačar liep daarbij een hersenschudding, een gebroken sleutelbeen en een gebroken ruggenwervel op, waardoor hij niet alleen de Spaanse grote ronde moest verlaten, maar ook zijn deelname aan het WK in Montréal en de Ronde van Lombardije moest schrappen. Inmiddels heeft hij zijn trainingen hervat, maar volgens Prudhomme zal pas tijdens de komende wedstrijden duidelijk worden welke invloed de valpartij daadwerkelijk heeft gehad.
LEES OOK: Visma ziet nadelig parcours: “Geen ideale Tour de France”
Prudhomme vreest vooral gevolgen voor manier van koersenIn gesprek met de Franse sportkrant L’Équipe benadrukt Prudhomme dat zijn zorgen verder gaan dan alleen het fysieke herstel van de Sloveen. De Tourdirecteur wijst erop dat Pogačar zijn indrukwekkende successen niet uitsluitend te danken heeft aan zijn uitzonderlijke klimvermogen, maar ook aan zijn technische kwaliteiten en de risico’s die hij tijdens wedstrijden durft te nemen.
“Maar de echte vraag voor mij is hoe goed hij zal herstellen”, stelt Prudhomme, die vooral onder de indruk is van de stuurmanskunst waarmee de voormalige wereldkampioen zich de afgelopen jaren heeft onderscheiden. Als voorbeeld haalt hij de spectaculaire afdaling van de Tourmalet tijdens de voorbije Tour de France aan, waarin Pogačar op bijzonder indrukwekkende wijze zijn technische vaardigheden etaleerde.
Juist die kwaliteiten zouden volgens Prudhomme na een zware valpartij mogelijk onder druk kunnen komen te staan. De Sloveen wordt volgend jaar 29 jaar en heeft inmiddels al een lange reeks intensieve wielerseizoenen achter de rug, waardoor het volgens de Tourbaas niet ondenkbaar is dat hij in bepaalde situaties voorzichtiger wordt. “Neem je nog steeds evenveel risico’s?”, vraagt hij zich dan ook af.
Daarmee wil Prudhomme overigens niet suggereren dat Pogačar zijn beste jaren definitief achter zich heeft liggen. De Tourdirecteur benadrukt dat hij de Sloveen een volledig herstel toewenst, maar vindt het tegelijkertijd terecht om vraagtekens te plaatsen bij de gevolgen van een dergelijke valpartij. Vooral omdat Pogačar voor het eerst in zijn professionele carrière met zo’n langdurige onderbreking door zware blessures te maken kreeg, blijft het volgens hem afwachten hoe de vijfvoudig Tourwinnaar straks opnieuw in competitie verschijnt.
Vergelijking met Eddy Merckx na zware val in 1969
Om zijn zorgen te verduidelijken, haalt Prudhomme een opvallend voorbeeld uit de wielergeschiedenis aan. In 1969 kwam Eddy Merckx tijdens een dernywedstrijd op de piste in het Franse Blois bijzonder zwaar ten val, waarbij de Belgische wielerlegende onder meer ernstig letsel aan zijn bekken opliep. Hoewel Merckx nadien nog jarenlang tot de absolute wereldtop behoorde, verklaarde hij later meermaals dat hij na dat ongeval nooit meer helemaal dezelfde renner was geworden.
Volgens Prudhomme had de valpartij niet alleen fysieke gevolgen voor de Belg, maar liet het incident ook op mentaal vlak zijn sporen na. Merckx zou bovendien hebben aangegeven dat hij vooral in het hooggebergte nooit meer hetzelfde gevoel had als tijdens zijn eerste Tourzege in 1969, terwijl hij voor zijn val juist op indrukwekkende wijze had gedomineerd.
Toch benadrukt Prudhomme dat het verhaal van Merckx ook laat zien dat een zware valpartij niet noodzakelijk het einde van een succesvolle carrière hoeft te betekenen. De Belgische wielerlegende wist na zijn ongeval immers nog viermaal de Tour de France te winnen, waardoor hij uiteindelijk met vijf eindzeges tot de succesvolste renners uit de geschiedenis van de Franse grote ronde bleef behoren.

Of de situatie van Pogačar daadwerkelijk vergelijkbaar is met die van Merckx, valt voorlopig niet te zeggen. Er zijn geen aanwijzingen dat de Sloveen aan zijn valpartij dezelfde blijvende fysieke gevolgen heeft overgehouden, terwijl hij inmiddels alweer aan zijn voorbereiding op 2027 is begonnen. De vraag is volgens Prudhomme vooral of Pogačar bij zijn terugkeer opnieuw met dezelfde overtuiging en onbevangenheid durft te koersen, of dat de zware valpartij toch invloed heeft op de manier waarop hij zijn wedstrijden benadert.
Met het oog op de Tour de France van volgend jaar vormt dat een interessante onzekerheid. Pogačar begint normaal gesproken opnieuw als een van de grote favorieten aan de Franse ronde, waarin hij zijn zesde eindzege kan boeken en daarmee het record van Merckx, Bernard Hinault, Jacques Anquetil en Miguel Indurain kan evenaren. Of hij daarvoor opnieuw zijn vertrouwde niveau weet te bereiken, is een vraag waarop ook Prudhomme voorlopig het antwoord schuldig moet blijven.
WN Redactie