Dylan Groenewegen kan met een tevreden gevoel terugkijken op zijn eerste seizoen bij Unibet Rose Rockets. De 33-jarige Nederlander maakte afgelopen winter een opvallende overstap naar de ambitieuze ProTeam-formatie, maar bewees met vier overwinningen dat hij ook bij zijn nieuwe werkgever nog altijd tot de betere sprinters van het peloton behoort. Vooral de eerste seizoenshelft verliep naar wens, al kreeg Groenewegen daarna meermaals met tegenslagen te maken. Toch overheerst de tevredenheid, zeker omdat zijn sprinttrein zich volgens hem inmiddels met de beste ploegen kan meten.

De overstap van Groenewegen naar Unibet Rose Rockets zorgde afgelopen winter voor de nodige verbazing. Na vier seizoenen bij Jayco AlUla besloot de ervaren sprinter zijn carrière voort te zetten bij de ambitieuze ploeg, die met zijn komst nadrukkelijk een volgende stap wilde zetten. De Nederlander kreeg er onder anderen voormalig topsprinter Marcel Kittel als sprintcoach bij en werkte gedurende de winter intensief aan het opbouwen van een nieuwe sprinttrein, die vanaf de eerste wedstrijden behoorlijk goed bleek te functioneren.
Groenewegen begon zijn seizoen met een overwinning in de Clàssica Comunitat Valenciana en voegde daar in maart nog drie zeges aan toe. Vooral zijn winst in de Ronde van Brugge, waar hij de concurrentie op WorldTour-niveau te snel af was, vormde een belangrijke bevestiging van zijn kwaliteiten. Tijdens de Giro d’Italia slaagde hij er vervolgens niet in om een etappe te winnen, maar met drie top tien-noteringen en een sterk functionerende sprinttrein liet Unibet Rose Rockets zich ook in de Italiaanse grote ronde nadrukkelijk zien.
Groenewegen rekent af met twijfels over opvallende overstap
In gesprek met WielerFlits blikt Groenewegen vooral met een goed gevoel terug op de eerste maanden bij zijn nieuwe werkgever. De Nederlander is tevreden over zijn eigen prestaties, maar benadrukt dat vooral de ontwikkeling van zijn ploeggenoten indruk heeft gemaakt. Onder begeleiding van Kittel groeide de sprinttrein in korte tijd uit tot een goed geoliede machine, waardoor hij zich in de finales regelmatig uitstekend gepositioneerd zag.
“Het eerste deel van het jaar is heel goed gegaan”, vertelt Groenewegen, die tegelijkertijd erkent dat hij tijdens de Giro een mooie kans op een ritoverwinning heeft laten liggen. Toch overheerst de tevredenheid over de manier waarop de ploeg gedurende het voorjaar heeft gepresteerd, zeker wanneer hij terugdenkt aan de twijfels die zijn transfer aanvankelijk opriep.
“Toen waren er wel wat vraagtekens: wat gaat hij daar doen?”, herinnert de sprinter zich. Zelf had hij echter vanaf het begin vertrouwen in de kwaliteiten van zijn nieuwe ploeggenoten, die volgens hem individueel al over bijzonder veel vermogen en snelheid beschikten. Het was vooral een kwestie van de juiste samenwerking vinden, waarna de resultaten vanzelf zouden volgen.
Dat bleek in de praktijk ook het geval. Groenewegen vindt dat zijn ploeg gedurende het seizoen heeft bewezen over een sprinttrein te beschikken die zich met de internationale top kan meten. Vooral tijdens de Giro was hij onder de indruk van de manier waarop zijn ploeggenoten hem naar de beslissende kilometers brachten, waardoor de Nederlander ervan overtuigd is dat de basis voor de komende jaren uitstekend is.
Valpartijen verstoren tweede seizoenshelft
Na zijn succesvolle voorjaar verliep de tweede helft van het seizoen een stuk moeizamer. Groenewegen kreeg meerdere keren met valpartijen te maken en werd daarnaast slachtoffer van een aanrijding, waardoor hij minder wedstrijden kon rijden dan vooraf de bedoeling was. Hoewel hij ook in de daaropvolgende maanden nog regelmatig om de ereplaatsen meestreed, kwam er geen vijfde overwinning meer bij.
Tijdens de afsluitende Eneco Tour liet Groenewegen nog wel zien dat hij over uitstekende snelle benen beschikte. Zowel in Ede als tijdens de slotrit in Arnhem eindigde hij als tweede achter Tim Merlier, die in beide massasprints oppermachtig was. Vooral tijdens de laatste etappe probeerde Unibet Rose Rockets nog met een opvallende tactische zet de Belgische topsprinter te verrassen, maar uiteindelijk moest Groenewegen opnieuw zijn meerdere erkennen in de renner van Soudal Quick-Step.
De Nederlander beseft dan ook dat er richting 2027 nog voldoende ruimte voor verbetering is. Vooral op het gebied van regelmaat hoopt hij volgend seizoen een stap te kunnen zetten, zodat hij gedurende het volledige wielerjaar meer kansen krijgt om zijn snelheid te benutten. Aan de kwaliteit van zijn sprinttrein twijfelt hij inmiddels niet meer, waardoor hij met vertrouwen naar de toekomst kijkt.
Groenewegen droomt van Tour de France met Unibet Rose Rockets
Een van de grote ambities van Unibet Rose Rockets blijft ondertussen deelname aan de Tour de France. De ploeg hoopte afgelopen seizoen al een uitnodiging voor de Franse grote ronde te bemachtigen, maar moest uiteindelijk genoegen nemen met een wildcard voor de Giro d’Italia. Groenewegen vindt dat zijn ploeg daar overtuigend heeft bewezen op het hoogste niveau mee te kunnen, al erkent hij dat een eventuele Tourdeelname voor 2027 nog allerminst zeker is.
Volgens de sprinter wordt er binnen de ploeg bovendien minder over een mogelijke uitnodiging gesproken dan de buitenwereld misschien denkt. De ambitie om ooit aan de start van de Tour te verschijnen is er vanzelfsprekend, maar Groenewegen benadrukt dat de renners zich vooral moeten concentreren op hun prestaties. De uiteindelijke beslissing over de beschikbare wildcards ligt immers bij de organisatie en niet bij de ploeg zelf.
Wanneer hem wordt gevraagd of Unibet Rose Rockets inmiddels klaar is voor de grootste wielerwedstrijd ter wereld, hoeft Groenewegen echter niet lang na te denken. “Ja, honderd procent”, antwoordt de Nederlander overtuigd, die zowel de organisatorische structuur als de kwaliteit van de selectie als belangrijke pluspunten beschouwt.
Voor Groenewegen staat in ieder geval vast dat zijn eerste seizoen bij Unibet Rose Rockets een goede basis heeft gelegd voor de toekomst. Met vier overwinningen en een sprinttrein die zich volgens hem met de allerbesten kan meten, heeft de Nederlander de twijfels over zijn overstap grotendeels weggenomen. Nu is het zaak om die lijn in 2027 door te trekken, waarbij een deelname aan de Tour de France vanzelfsprekend de ultieme beloning zou vormen.
WN Redactie