Het parcours van de Tour de France 2027 wordt donderdag officieel gepresenteerd, maar de eerste details over de route lijken inmiddels al uitgelekt. Volgens verschillende Franse media krijgen de renners volgend jaar twee tijdritten voorgeschoteld, terwijl vooral de slotweek in de Pyreneeën bijzonder zwaar dreigt te worden. Ook voor Remco Evenepoel zou het parcours daarmee interessante mogelijkheden kunnen bieden. Daarnaast bestaat er nog altijd onduidelijkheid over de traditionele afsluiting in Parijs, waar de beklimming van Montmartre mogelijk opnieuw van het programma verdwijnt.

De 114e editie van de Ronde van Frankrijk begint op vrijdag 2 juli in het Schotse Edinburgh, waarmee de Tour voor het eerst sinds 2014 terugkeert naar Groot-Brittannië. De eerste drie etappes worden op Britse bodem verreden, waarna het peloton tijdens de eerste rustdag de oversteek naar Frankrijk maakt. Hoewel organisator ASO de volledige route pas donderdag in Parijs bekendmaakt, hebben verschillende Franse media de afgelopen weken al behoorlijk wat informatie verzameld over de mogelijke etappeplaatsen en belangrijkste beklimmingen.
De openingsrit voert de renners vanuit Edinburgh naar Carlisle, waar de sprinters naar verwachting hun eerste kans krijgen om de gele trui te veroveren. Een dag later wacht een etappe tussen Keswick en Liverpool, terwijl de derde rit in Wales een stuk lastiger wordt. De 223 kilometer lange tocht van Welshpool naar Cardiff bevat namelijk acht gecategoriseerde beklimmingen, waarvan er zes in de laatste tachtig kilometer liggen. Daarmee lijken vooral de aanvallers en puncheurs al vroeg in de wedstrijd hun kans te kunnen grijpen.
LEES OOK: TotalEnergies brengt schok in peloton: Ploeg pakt stevig door
Twee tijdritten en eerste krachtmeting op Grand ColombierNa de Britse openingsdagen trekt de Tourkaravaan naar Normandië en Bretagne, waar volgens de eerste berichten verschillende heuvelachtige etappes op het programma staan. Zo wordt er gesproken over aankomsten in Cherbourg en Plumelec, waar respectievelijk de Côte de La Glacerie en de bekende Côte de Cadoudal voor spektakel kunnen zorgen. Vooral die laatste beklimming heeft een rijke Tourgeschiedenis, aangezien Alejandro Valverde er in 2008 nog een etappeoverwinning wist te boeken.
Vanuit Bretagne zou de route vervolgens via Angers richting Blois voeren, waar de eerste belangrijke afspraak voor de klassementsrenners wacht. Volgens verschillende Franse bronnen staat daar namelijk een tijdrit met aankomst in Chambord op het programma, al bestaat er nog enige onzekerheid over de exacte invulling. Mocht het daadwerkelijk om een individuele tijdrit gaan, dan lijkt vooral Evenepoel daar een uitstekende gelegenheid te krijgen om tijd te winnen op zijn concurrenten.
Ook later in de Tour zou er nog een tweede individuele tijdrit volgen, waardoor de Belgische wereldkampioen tegen de klok mogelijk twee uitgelezen kansen krijgt om zijn kwaliteiten te benutten. De klassementsrenners zullen hun krachten echter goed moeten verdelen, want volgens de voorlopige informatie staat aan het einde van de eerste week ook de eerste serieuze bergetappe op het programma.
Die zou plaatsvinden in de Jura, met een aankomst boven op de Grand Colombier. De zware beklimming was in het verleden al meermaals het decor van belangrijke verschillen tussen de klassementsrenners, met onder meer een overwinning van Tadej Pogačar in 2020. Vier jaar geleden was de klim eveneens opgenomen in het parcours, waardoor een eventuele terugkeer in 2027 opnieuw een interessante eerste test voor de grote favorieten zou betekenen.
Alpen en WK-parcours als opwarmer voor loodzware Pyreneeën
Ook tijdens de tweede week lijken de klassementsrenners weinig gelegenheid te krijgen om op adem te komen. Na de eerste rustdag trekt het peloton vermoedelijk richting Sallanches, waar in 2027 ook het WK wielrennen zal worden georganiseerd. Het ligt volgens verschillende bronnen voor de hand dat de Côte de Domancy, die tijdens het wereldkampioenschap eveneens een belangrijke rol moet spelen, wordt opgenomen in de finale van de etappe.
Vervolgens zouden de renners de Alpen intrekken, waar onder meer Les Saisies en Samoëns 1600 als mogelijke aankomstplaatsen worden genoemd. Ook de Col du Granon circuleert als potentiële finishlocatie, al is het volgens andere Franse media mogelijk dat de gevreesde beklimming pas in 2028 terugkeert. Na de Alpen zou de Tour via onder meer Valence, Montpellier en Albi verder zuidwaarts trekken, waarbij ook een aankomst op de steile Côte de la Croix Neuve in Mende tot de mogelijkheden behoort.
Het echte zwaartepunt van de wedstrijd lijkt echter in de derde week te liggen. Die zou beginnen met een tweede tijdrit, waarvoor Toulouse als start- en aankomstplaats wordt genoemd. Vervolgens wachten volgens de eerste berichten twee bijzonder zware bergetappes door de Pyreneeën, waarin het algemeen klassement mogelijk volledig op zijn kop kan worden gezet.
Vooral de eerste Pyreneeënrit spreekt tot de verbeelding, aangezien de organisatie volgens eerdere berichten plannen had voor een monsteretappe met de Col d’Aubisque, Col du Tourmalet en Col du Portet. Die laatste beklimming behoort met zijn steile percentages tot de zwaarste aankomsten die de Tour kan voorschotelen. Wel bestaat er nog onzekerheid over de uiteindelijke route, aangezien lokale media inmiddels melden dat nog niet vaststaat of alle drie de beklimmingen daadwerkelijk worden opgenomen.
Ook de tweede Pyreneeënrit zou bijzonder zwaar kunnen worden, met onder meer de Col de Burdinkurutzeta, Col de Soudet en Col de Marie Blanque op het voorlopige programma. Daarmee lijken de klimmers in de laatste dagen nog voldoende mogelijkheden te krijgen om het verschil te maken, terwijl de twee mogelijke tijdritten juist voor een interessante balans tussen de verschillende kwaliteiten van de klassementsrenners kunnen zorgen.
Keert de traditionele massasprint terug in Parijs?
Naast de zware bergetappes is er ook behoorlijk wat discussie over de afsluitende rit naar Parijs. De afgelopen twee edities speelde de Côte de la Butte Montmartre een belangrijke rol in de finale, waardoor de traditionele massasprint op de Champs-Élysées plaatsmaakte voor een veel onvoorspelbaarder wedstrijdverloop.
Of de organisatie die succesvolle formule in 2027 opnieuw zal gebruiken, is voorlopig onduidelijk. Volgens de Franse krant Le Progrès zal Montmartre volgend jaar niet op het parcours staan, waardoor de sprinters opnieuw een uitgelezen kans krijgen om op de Champs-Élysées voor de overwinning te strijden. Le Parisien spreekt dat echter tegen en houdt er rekening mee dat de kasseihelling alsnog onderdeel van de slotrit blijft.
Vooral onder de sprinters zal met belangstelling naar die beslissing worden uitgekeken, aangezien de komst van Montmartre hun kansen op een prestigieuze ritzege in Parijs aanzienlijk heeft verkleind. Een terugkeer naar de traditionele afsluiting zou voor snelle mannen als Tim Merlier en Jasper Philipsen dan ook interessant kunnen zijn, mochten zij volgend jaar aan de start van de Tour verschijnen.
Voorlopig blijven veel onderdelen van het parcours gebaseerd op geruchten en informatie uit regionale Franse media, waardoor de nodige wijzigingen nog mogelijk zijn. Donderdag maakt Tourbaas Christian Prudhomme tijdens de officiële presentatie in Parijs definitief duidelijk welke uitdagingen de renners tussen 2 en 25 juli 2027 te wachten staan. Vooral de mogelijke twee tijdritten en de bijzonder zware slotweek in de Pyreneeën zullen daarbij ongetwijfeld op veel belangstelling kunnen rekenen.
WN Redactie