José De Cauwer is nog steeds een van de vaste stemmen als commentator op de openbare omroep, al wordt hij de laatste twee jaar al eens vervangen.Tijdens de grote koersen is De Cauwer echter steevast op de afspraak, de vraag is echter: voor hoelang nog?
LEES OOK: "Achteraf bekeken...": De Cauwer trekt harde conclusie over Van der Poel
Pijnlijke constatatieNiet dat De Cauwer zichzelf te oud vindt om zijn job nog uit te oefenen. Op 25 september vierde hij zijn 77ste verjaardag, al voelt hij zich naar eigen zeggen helemaal niet zo oud. Dat vertelt hij in een gesprek met Het Nieuwsblad.
“Ik vind dat toch cijfer tamelijk crazy”, klinkt het daar. “Echt, het doet mij zeer als ik dat op mijn paspoort zie staan. Ik voel mij helemaal zo oud niet. Hoe oud dan wel, dat weet ik niet, maar lang geen 75”, aldus De Cauwer.
Nakend pensioen?
Echter staat het er wel, en kan de vraag worden gesteld hoelang De Cauwer nog verder zal gaan als commentator. Al trekt hij zich van bepaalde kritiek ook weinig aan. “Aan mijn enthousiasme zal het niet liggen. Wie mij te oud vindt, mag eens een dag mee komen werken in den hof. Ze gaan gewoon niet meedoen. Niet op de foto”, lacht hij.

Zelf denkt hij dan voorlopig ook nog niet aan zijn pensioen, hoewel hij die gerechtvaardigde leeftijd intussen al een hele poos bereikt heeft. “Neen, op dit moment niet. Ik doe sowieso al minder dan vroeger en dat begrijp ik ook wel. Maar als het alleen aan mij lag, deed ik nog alles.”
Tegelijkertijd stelt De Cauwer zichzelf zeker in vraag en kijkt hij in de spiegel. “Tegelijk stel ik me zeker wel de vraag hoelang ik dit nog wil blijven doen. Op dit moment is het antwoord: zo lang als ik het nog op een goed niveau kan doen. Ben ik nog mee? Blijf ik voldoende relevant?”
Bovendien beseft De Cauwer dat ook zijn werkgever daarin een belangrijke rol speelt. “Als ik naar mezelf en mijn collega’s kijk, heb ik het gevoel dat ik nog goed meezit in het peloton. Als dat niet meer zo is, ga ik het weten van mezelf. En als ik het toch niet weet, gaan ze het mij op de VRT zeker zeggen”, besluit hij.
Kevin De Jonghe