Het WK in Montréal heeft absoluut niet ontgoocheld, althans toch niet wat spektakelwaarde betreft. Het resultaat voor de Belgen was uiteraard minder fraai, iets wat van Mathieu van der Poel niet kan worden gezegd.
De Nederlander werd knap derde na een bijzonder attractieve en sterke koers te hebben gereden. Toch zal ook Van der Poel zich achteraf mogelijk nog eens achter de oren krabben. Had hij bepaalde zaken niet anders kunnen aanpakken?
LEES OOK: De Cauwer schuift absolute topfavoriet voor WK naar voren
Van der Poel heeft het laten liggenAchteraf is het natuurlijk altijd makkelijk praten, maar op de vraag of Van der Poel wereldkampioen had kunnen worden, is José De Cauwer bij Sporza duidelijk.
“Achteraf bekeken wel. Maar dan Matthews ook”, stelt De Cauwer. “We hebben zoveel wissels gezien dat we Remco Evenepoel nog kansen gaven in het slot. Zelfs Pedersen kwam in de laatste ronde weer in beeld. Qua verrassingen hebben we hier het een en ander gezien.”

Belgen ondermaats
Dat was in tegenstelling tot de Belgen, die volgens De Cauwer simpelweg niet goed genoeg waren. Een andere aanpak had volgens hem dan ook weinig verschil gemaakt. “Neen. Met deze benen niet. Daarvoor waren ze niet goed genoeg. Het parcours loog niet”, windt hij er geen doekjes om.
Opvallend genoeg werd het zonder Tadej Pogacar wel een koers om duimen en vingers van af te likken. Ook dat moest De Cauwer bevestigen. Toch vraagt hij zich af of de Sloveen deze keer wel zo dominant had kunnen zijn.
“Dat is een zegen voor de koers. En het is een geweldige koers geweest. Maar zelfs mét Pogacar kon je het resultaat nooit voorspellen”, stelt hij. “Net zoals we dachten dat Pogacar de Vuelta zou winnen. En net zoals we ook dachten dat Remco sterker zou zijn vandaag.”
Kevin De Jonghe