Mathieu van der Poel heeft zondag een nieuwe kans om een van de weinige ontbrekende hoofdprijzen aan zijn indrukwekkende palmares toe te voegen. In Val di Sole wacht echter een handicap die zijn jacht op de regenboogtrui meteen een stuk ingewikkelder maakt.
LEES OOK: Van Der Poel zorgt voor absolute verrassing en spreekt duidelijke wens uit
Eerst een halve inhaalraceWanneer het startschot klinkt, zal Van der Poel zijn belangrijkste concurrenten al voor zich weten. Door zijn beperkte aantal mountainbikewedstrijden verzamelde hij onvoldoende punten om vooraan te mogen vertrekken. De Nederlander moet daardoor vanaf de vijfde startrij aan zijn WK beginnen.
Hoe groot dat verschil kan zijn, ondervond hij eerder al. “In Les Gets zag ik opnieuw hoe groot het verschil is als je dichter bij de voorste rij start: je doet meteen mee in de wedstrijd.” Voor zondag is dat een luxe die Van der Poel niet heeft.
“Starten vanaf de vijfde rij verkleint mijn kansen natuurlijk”, erkent hij dan ook. “Voor zondag is de situatie echter wat hij is. Ik zal er het beste van moeten maken en misschien ook een beetje geluk moeten hebben.”
Het betekent vooral dat Van der Poel zorgvuldig moet omgaan met de openingsfase. Zo snel mogelijk plaatsen winnen is noodzakelijk, maar te veel krachten verspillen kan later op het loodzware parcours minstens even hard afgestraft worden.

Ervaring zorgt voor waarschuwing
Precies daar ging het eerder al eens mis. “Vorig jaar had ik eigenlijk een goede start, maar ik was waarschijnlijk iets te gretig om meteen op te schuiven”, blikt Van der Poel terug. Een fout die hij in Val di Sole niet opnieuw wil maken.
Wie vanuit de achtergrond komt, dreigt immers al vroeg diep in het rood te moeten gaan. “Als je er in het begin te diep voor gaat, betaal je daar meteen de prijs voor, en vaak is dat precies het moment waarop de mannen vooraan weer versnellen.” Anderzijds mag hij zijn rivalen ook niet laten verdwijnen. “Het vinden van die balans wordt belangrijk.”
Van der Poel ziet meteen ook hoe hij die handicap bij een toekomstige poging kan vermijden. “Als ik me echt de best mogelijke kans wil geven om ooit wereldkampioen te worden, heb ik waarschijnlijk een seizoen nodig waarin ik meer tijd op de mountainbike doorbreng, zodat ik een plek op een van die eerste twee rijen kan afdwingen.”
Stan Strubbe