De Amstel Gold Race leverde zondag spektakel op, met Remco Evenepoel als winnaar. Toch ging het na afloop niet alleen over de zege van de Belg. Eén moment bleef nazinderen: de zware valpartij waarbij Kévin Vauquelin en Matteo Jorgenson tegen het asfalt gingen.
LEES OOK: Pogacar & UAE onder vuur na opvallend incident in Roubaix: “Op het randje”
“Dan krijg je een compleet andere finale”Analist Marc Sergeant kwam bij Het Nieuwsblad met een duidelijke verklaring voor het incident. De crash vond plaats op een sleutelmoment, vlak voor de Eyserbosweg. En volgens Sergeant had dat grote gevolgen voor de rest van de wedstrijd.
Sergeant noemt de valpartij zonder twijfel een kantelpunt. “Of het de uitslag heeft veranderd, weet je nooit,” stelde hij. “Maar zonder die val krijg je honderd procent zeker een andere finale. Dan rij je na de Eyserbosweg niet met drie vooraan, maar misschien met vijf of zes. Ook Benoît Cosnefroy werd bijvoorbeeld opgehouden door die val.”
De impact van het incident reikte dus verder dan enkel de uitgeschakelde renners. Het herschikte volgens Sergeant de hele dynamiek van de koers.

Verraderlijke bochten als oorzaak
Dat het net daar misliep, verbaasde de Belg allerminst. Hij wees op de specifieke eigenschappen van het parcours. “Die bochten voor de Eyserbosweg zijn bijzonder verraderlijk,” legde hij uit. “Het is een snelle links-rechtscombinatie die in koers totaal anders aanvoelt dan tijdens een verkenning.”
Volgens Sergeant zit het verschil vooral in de snelheid. Waar renners tijdens een verkenning afgeremd worden door verkeer en omstandigheden, ligt het tempo in wedstrijdsituatie veel hoger. “In koers ga je daar richting zestig kilometer per uur,” klonk het. “Dat is een enorm verschil. Dan is een inschattingsfout snel gemaakt.”
Volgens de analist gebeurde dat ook bij Vauquelin. “Hij verliest een paar meter, probeert dat goed te maken en gaat onderuit. Dat heeft weinig met parcourskennis te maken, maar alles met het verschil tussen verkennen en koers.”
Stan Strubbe