Remco Evenepoel maakte indruk bij zijn debuut in de Ronde van Vlaanderen, maar binnen zijn eigen ploeg klinkt ook een kritische noot. Ploegleider Klaas Lodewyck ziet vooral nog groeimarge, ondanks het podium.
LEES OOK: Wat niemand zag: Evenepoel & Bora kregen klap van jewelste in De Ronde
“Minder tonen dat hij goed is”Evenepoel reed een sterke koers en kon als één van de weinigen lang mee met Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel. Toch moest hij op de Paterberg definitief lossen.
Volgens Lodewyck was die derde plaats het maximaal haalbare, maar zag hij ook een belangrijk werkpunt. “Remco moet nog meer op spaarstand leren rijden”, klonk het in VTM Nieuws.
De ploegleider vindt dat Evenepoel soms te veel toont hoe goed hij is, waardoor hij onnodig energie verbruikt. Net dat verschil ziet hij bij de absolute toppers. Die weten volgens hem beter wanneer ze moeten doseren en wanneer ze moeten toeslaan.

Verschil met de absolute top
Naast die koersintelligentie wijst Lodewyck ook op een ander verschil. “Hun aanleg om op kasseien te rijden”, doelt hij op Pogacar en Van der Poel.
De finale van De Ronde bleek voor Evenepoel een leerschool, zeker met de opeenvolging van hellingen en de intensiteit van het koersverloop.
Toch overheerst tevredenheid binnen de ploeg. Evenepoel bleef na zijn mindere moment vechten en leek zelfs nog even terug te keren. “Chapeau dat hij zo heeft doorgezet”, besloot Lodewyck.
Stan Strubbe