Een rollercoaster van jewelste voor Jasper Philipsen na de finale van de elfde etappe in de Tour de France. De renner van Alpecin-Premier Tech werd immers eerst gedeclasseerd voor een vermeend manoeuvre, even later werd die declassering dan toch terug ingetrokken. Terecht volgens ploegleider Christoph Roodhooft.
LEES OOK: Ploegende Philipsen: Roodhooft spreekt duidelijke taal
Philipsen heeft reputatie tegenSamen met manager Philip Roodhooft ging die de beelden bekijken bij de wedstrijdjury, waaruit uiteindelijk werd geconcludeerd dat een declassering niet aangewezen was. “Jasper werd gedeclasseerd voor twee manoeuvres”, verklaarde Roodhooft tegenover Het Laatste Nieuws.
Een kleine aanraking met Biniam Girmay, vervolgens een schouder tegen schouder tegen Pavel Bittner. “Jasper was bij beide manoeuvres betrokken, maar die waren niet door zijn acties veroorzaakt”, oordeelde Roodhooft.
“Ik denk dat de beelden ook wel duidelijk waren. Het is niet omdat Jasper betrokken is en hij een reputatie heeft, dat hij ook de oorzaak is. En dat bleek nu ook zeer duidelijk uit de beelden.” Hoewel de jury niet meteen akkoord ging.
Uiteindelijk deden ze dat echter wel, en kwamen beide partijen dus tot de consensus dat Philipsen zijn derde plaats mocht behouden. “Knap dat ze het dan toch terugdraaien”, was Roodhooft vol lof. “We hadden ook nog nooit zo’n problemen gehad. Maar het verliep op een aangename en positieve manier, moet ik eerlijk zeggen.”

Geen ogen op de rug
Ook Philipsen kwam zelf nog eens terug op de feiten, ook hij vond – logischerwijs – dat de beslissing terecht werd teruggedraaid. “Het was allemaal hectisch zoals altijd, en omdat de snelheid eruit ging, was de snelheid van de renners achter mij hoger”, ging Philipsen van start.
“Ik heb geen ogen op mijn rug, dus dat kon ik niet zien. Daar hadden ze me op afgerekend, maar ze hebben ook gezien dat ik het niet bewust heb gedaan. Ik ben blij dat ze op hun beslissing zijn teruggekomen”, besloot de Vlam van Ham.
Kevin De Jonghe