Tadej Pogacar heeft eindelijk Milaan-Sanremo gewonnen na een heroïsche koers, maar na afloop zorgde vooral één uitspraak voor ophef. De Sloveen gaf toe dat hij er na zijn valpartij bijna de brui aan gaf en zonder zijn ploeg zelfs niet meer voor de overwinning was gegaan.
LEES OOK: Gehavende Van Der Poel verklaart waarom hij loste op de Poggio
Twijfel na valpartijDe crash vlak voor de Cipressa leek even roet in het eten te gooien voor Pogacar. Zelf dacht hij op dat moment zelfs dat zijn kansen verkeken waren. “Toen ik viel, dacht ik een seconde dat het allemaal voorbij was”, vertelde hij.
De timing van de val maakte het extra pijnlijk. “Als je zo valt net voor misschien wel het belangrijkste stuk van het parcours, is dat allesbehalve ideaal.”
Toch kwam Pogacar snel terug in koers, mede dankzij het werk van zijn ploegmaats. “Ik zat gelukkig snel terug op de fiets en er was niet al te veel schade.” Maar vooral het team maakte het verschil. “Toen ik mijn ploegmaats zag die alles gaven om mij terug te brengen, gaf dat mij echt opnieuw hoop.”
Zijn bekentenis was opvallend eerlijk. “Als ik mijn team vandaag niet had gehad, was ik niet meer begonnen aan de Cipressa, maar gewoon naar de finish gereden.”
🌈 Tadej Pogacar goes down as we approach la Cipressa, and some big names are involved too -
— Milano Sanremo (@Milano_Sanremo) March 21, 2026
Wout van Aert, Matteo Jorgenson, Biniam Girmay, Giulio Pellizzari ; that's a lot of favourites potentially out of contention
Follow #MilanoSanremo @CA_Ita on Rai 🇮🇹 and on Eurosport 🌐 pic.twitter.com/G1NJd6sGMl
Sterke finale met Pidcock
Op de Cipressa ontstond uiteindelijk de beslissende kopgroep met Pogacar, Van der Poel en Pidcock. “Toen we met drie wegreden, was ik blij dat iedereen zijn werk deed.” In de finale bleek vooral Pidcock een taaie klant. “Hij was echt sterk vandaag.”
Op de Poggio probeerde Pogacar opnieuw het verschil te maken, geholpen door gunstige omstandigheden. “De wind zat goed en daar ging ik nog eens vol.” In de sprint trok hij uiteindelijk aan het langste eind. “Ik had misschien ook wel een beetje geluk dat ik hem nog kon kloppen.”
Stan Strubbe